wetzoeker

Artikel 4 Besluit tot het voeren van het Koninklijk wapen

Onze mannelijke opvolgers, Koningen der Nederlanden, zullen in plaats van met de Koninklijke kroon, hun wapenschild mogen dekken met een helm, getralied en gesierd van goud, gevoerd van keel, met dekkleden van goud en azuur en gekroond met een gouden helmkroon van drie bladeren en twee parelpunten: helmteken een vlucht van sabel beladen met een gewelfde schuinbalk van zilver waarop drie lindebladeren van sinopel, met de stelen omhoog.

Regeling
Besluit tot het voeren van het Koninklijk wapen
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
19-05-1980
BWB-id
BWBR0003312
Versie
1980-05-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl