wetzoeker

Artikel 7a Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers

De uitkering

1 De belanghebbende aan wie een uitkering als bedoeld in artikel 6 geheel of gedeeltelijk wordt uitbetaald en die niet binnen twaalf maanden na ontslag de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, is verplicht:

a. in voldoende mate te trachten passende arbeid te vinden;

b. aangeboden passende arbeid te aanvaarden;

c. mee te werken aan activiteiten die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid.

2 De belanghebbende voorkomt dat hij:

a. door eigen toedoen geen passende arbeid verkrijgt;

b. door eigen toedoen passende arbeid opgeeft;

c. eisen stelt die het aanvaarden of verkrijgen van passende arbeid belemmeren.

3 Onverminderd het zesde en zevende lid, is artikel 24, derde lid, van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing op de belanghebbende, met dien verstande dat de termijn van zes maanden aanvangt na de termijn van drie maanden, bedoeld in het zesde lid.

4 Dit artikel is niet van toepassing:

a. op de belanghebbende die inkomsten geniet ten bedrage van 100% van de laatstelijk als minister genoten bezoldiging, bedoeld in artikel 8, tweede lid, of een ambt heeft aanvaard als bedoeld in artikel 2, tweede lid, en daaruit inkomsten geniet ten bedrage van 70% of meer van de laatstelijk als minister genoten bezoldiging, bedoeld in artikel 8, tweede lid;

b. op de belanghebbende die recht heeft op een voortgezette uitkering ingevolge artikel 8a;

c. voor de periode dat de uitkering of, na verrekening ingevolge artikel 9, het restant van de uitkering op verzoek van de belanghebbende met toepassing van artikel 6, tweede lid, onder a, niet wordt uitbetaald.

5 Dit artikel is niet van toepassing gedurende de eerste drie maanden na het aftreden van de belanghebbende.

6 Indien het adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers op grond van artikel 2 van de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen met betrekking tot een dienstverband een negatief advies heeft gegeven omtrent de aanvaardbaarheid ervan binnen twee jaar na de datum van het ontslag van betrokkene, wordt dat dienstverband niet aangemerkt als passende arbeid.

7 Dienstverbanden waarvoor geen ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen, worden niet aangemerkt als passende arbeid.

Regeling
Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
Afkortingen
APPA
Soort
Wet
Geldend vanaf
24-04-2026
BWB-id
BWBR0002691
Versie
2026-04-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl