wetzoeker

Artikel 52a Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers

De uitkering

1 De belanghebbende aan wie een uitkering als bedoeld in artikel 51 geheel of gedeeltelijk wordt uitbetaald en die niet binnen twaalf maanden de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, is verplicht:

a. in voldoende mate te trachten passende arbeid te vinden;

b. aangeboden passende arbeid te aanvaarden;

c. mee te werken aan activiteiten die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid.

2 De belanghebbende voorkomt dat hij:

a. door eigen toedoen geen passende arbeid verkrijgt;

b. door eigen toedoen passende arbeid opgeeft;

c. eisen stelt die het aanvaarden of verkrijgen van passende arbeid belemmeren.

3 Artikel 7a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op een kamerlid.

4 Dit artikel is niet van toepassing:

a. op de belanghebbende die inkomsten geniet ten bedrage van 100% van berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 50, onderdeel e, of een ambt heeft aanvaard als bedoeld in artikel 2, tweede lid, en daaruit inkomsten geniet ten bedrage van 70% of meer van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 50, onderdeel e;

b. op de belanghebbende die recht heeft op een voortgezette uitkering ingevolge artikel 53a;

c. voor de periode dat de belanghebbende verzoekt af te zien van de uitbetaling van de gehele uitkering.

5 Dit artikel is niet van toepassing gedurende de eerste drie maanden na het aftreden van de belanghebbende.

Regeling
Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
Afkortingen
APPA
Soort
Wet
Geldend vanaf
24-04-2026
BWB-id
BWBR0002691
Versie
2026-04-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl