wetzoeker

Artikel 131 Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers

1 Een lid van gedeputeerde staten heeft met ingang van de dag van zijn ontslag recht op een uitkering ten laste van de provincie op de voet van de volgende artikelen, indien hij nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en hij niet zonder onderbreking weer als lid van gedeputeerde staten optreedt in een betrekking van ten minste gelijke omvang.

2 De uitkering of, na verrekening ingevolge artikel 134, het restant van de uitkering wordt niet uitbetaald:

a. voor zover en voor de periode dat de belanghebbende daarom met het oog op de toepassing van artikel 132a, vierde lid, onder c, verzoekt;

b. voor de periode dat aan de belanghebbende rechtens zijn vrijheid is ontnomen;

c. voor de periode dat de belanghebbende zicht onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;

d. voor de periode dat de belanghebbende buiten Nederland woont of verblijf houdt anders dan wegens vakantie, met dien verstande dat artikel 19, tiende, dertiende en veertiende lid, van de Werkloosheidswet alsmede de regels die op grond van genoemd tiende lid gesteld zijn, van overeenkomstige toepassing zijn;

e. voor de periode dat de belanghebbende vakantie geniet buiten de bij algemene maatregel van bestuur gestelde periode.

3 Het niet uitbetalen van de uitkering op grond van het tweede lid, is niet van invloed op de met toepassing van artikel 132, eerste of vierde lid, berekende duur waarvoor de uitkering is toegekend.

Regeling
Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
Afkortingen
APPA
Soort
Wet
Geldend vanaf
24-04-2026
BWB-id
BWBR0002691
Versie
2026-04-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl