wetzoeker

Artikel 11 Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers

1 De uitkering eindigt met ingang van de dag volgende op die, waarop de gewezen minister is overleden.

2 De uitkering vervalt:

a. met ingang van de dag waarop de gewezen minister de pensioengerechtigde leeftijd bereikt;

b. met ingang van de dag waarop de gewezen minister wederom minister wordt.

3 De uitkering kan geheel of ten dele vervallen worden verklaard indien de belanghebbende herhaaldelijk niet of niet op de voorgeschreven wijze voldoet aan zijn verplichtingen op grond van artikel 9a.

4 Voorts kunnen Wij, de Raad van State gehoord, de uitkering vervallen verklaren, indien de gewezen minister:

a. zich in vreemde krijgsdienst of in vreemde overheidsdienst heeft begeven en naar Ons oordeel zich daardoor uit Nederlands nationaal oogpunt beschouwd onwaardig heeft gedragen;

b. wegens enig strafbaar feit is veroordeeld waaruit naar Ons oordeel blijkt dat hij zich uit Nederlands nationaal oogpunt beschouwd onwaardig heeft gedragen.

Regeling
Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
Afkortingen
APPA
Soort
Wet
Geldend vanaf
24-04-2026
BWB-id
BWBR0002691
Versie
2026-04-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl