wetzoeker

Artikel 38 Uitleveringswet

Voortgezette vrijheidsbeneming en verwijdering uit Nederland

1 Verlenging van de in artikel 37, eerste lid, onder b, bedoelde termijn kan telkens voor ten hoogste dertig dagen geschieden.

2 De gedetineerde wordt in de gelegenheid gesteld op de vordering tot verlenging te worden gehoord.

3 Verlenging kan alleen geschieden in gevallen waarin:

a. de rechterlijke uitspraak omtrent het verzoek tot uitlevering nog niet, of minder dan dertig dagen tevoren, in kracht van gewijsde is gegaan;

b. Onze Minister zijn beslissing overeenkomstig artikel 33, derde lid, heeft aangehouden;

c. de uitlevering mede door een derde staat is gevraagd, en Onze Minister nog niet op het verzoek van die staat heeft beschikt;

d. de uitlevering inmiddels wel is toegestaan, maar nog niet heeft kunnen plaatshebben.

Regeling
Uitleveringswet
Afkortingen
UW
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0002559
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl