wetzoeker

Artikel 37 Uitleveringswet

Voortgezette vrijheidsbeneming en verwijdering uit Nederland

1 Een krachtens artikel 27 bevolen vrijheidsbeneming wordt - behoudens de mogelijkheid van verdere vrijheidsbeneming uit anderen hoofde - beëindigd, zodra:

a. zulks door de rechtbank of door de officier van justitie, ambtshalve of op verzoek van de gedetineerde of diens raadsman, dan wel door de Hoge Raad bij zijn beslissing op een beroep in cassatie wordt gelast;

b. zij dertig dagen heeft geduurd, tenzij de rechtbank inmiddels, op vordering van de officier van justitie, deze termijn heeft verlengd.

2 De officier van justitie gelast de beëindiging van de vrijheidsbeneming in elk geval zodra hij kennis heeft gekregen van een afwijzende beslissing van Onze Minister op het verzoek tot uitlevering.

Regeling
Uitleveringswet
Afkortingen
UW
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0002559
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl