wetzoeker

Artikel 5 Wet op de Raad van State

Samenstelling en taak

1 Onverenigbaar met het ambt van vice-president of lid zijn:

a. de openbare betrekkingen, aan welke een vaste beloning of toelage is verbonden;

b. het lidmaatschap van publiekrechtelijke colleges, waarvoor de keuze geschiedt bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen;

c. het ambt of beroep van advocaat, notaris, accountant, belastingconsulent of zaakwaarnemer;

d. betrekkingen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun ambt of op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.

2 Behoudens indien de onverenigbaarheid ook uit een ander wettelijk voorschrift voortvloeit, kan ten aanzien van een lid op diens verzoek van het eerste lid, onderdeel a, bij koninklijk besluit, de Raad van State gehoord, voor een bepaalde tijd ontheffing worden verleend.

3 Gedurende de ontheffing, bedoeld in het tweede lid, is het lid ontheven van de waarneming van zijn ambt.

4 De bezoldiging wordt gedurende de periode van de ontheffing van de waarneming van zijn ambt ingehouden.

5 De betrekkingen die de vice-president en de leden buiten hun ambt vervullen worden door de vice-president openbaar gemaakt. De artikelen 44, vijfde tot en met achtste en tiende lid, en 44a, eerste tot en met achtste en tiende lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren zijn van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Wet op de Raad van State
Afkortingen
RvS, Wet RvS
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-05-2022
BWB-id
BWBR0002367
Versie
2022-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl