wetzoeker

Artikel 1a Uitvoeringsbeschikking kansspelbelasting

Het tijdstip waarop de belasting, bedoeld in artikel 6 van de wet, in het kalenderjaar is verschuldigd, is:

a. de laatste dag van de kalendermaand waarin de prijs ter beschikking is gesteld, indien:

1°. de inhoudingsplichtige meerdere keren per kwartaal binnenlandse kansspelen organiseert waarop artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de wet van toepassing is; en

b. de laatste dag van het kalenderkwartaal waarin de prijs ter beschikking is gesteld, indien:

1°. de afgedragen belasting, bedoeld in artikel 6 van de wet, in de aan het kalenderjaar voorafgaande twee kalenderjaren per kwartaal gemiddeld niet meer heeft bedragen dan € 15.000; en

2°. aan de inhoudingsplichtige in de aan het kalenderjaar voorafgaande twee kalenderjaren niet meer dan twee naheffingaanslagen zijn opgelegd ter zake van de belasting, bedoeld in artikel 6 van de wet.

Regeling
Uitvoeringsbeschikking kansspelbelasting
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-10-2021
BWB-id
BWBR0002363
Versie
2021-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl