Artikel 7 Verdrag tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië inzake de status van personeel van hun Ministeries van Defensie aanwezig op elkaars grondgebied in het kader van defensiesamenwerking
1 De partijen zien af van het instellen van vorderingen tegen elkaar wegens schade aan of verlies van overheidseigendommen die door hun personeel worden gebruikt en wegens letsel (met inbegrip van letsel de dood tot gevolg hebbende) geleden door hun personeel voortvloeiende uit het vervullen van officiële taken.
2 Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing indien de schade aan of het verlies van overheidseigendommen of het letsel van de in dat lid bedoelde personeelsleden te wijten is aan grove nalatigheid of opzet. De bevoegde autoriteiten van de partijen bepalen onderling of er sprake is van grove nalatigheid of opzet. In dat geval stellen zij tevens de kosten vast die verband houden met de afwikkeling van de vordering.
3 Voor zover de militaire activiteiten betrekking hebben op training (met inbegrip van opleiding) en/of oefeningen:
a. Worden vorderingen van derden (behoudens vorderingen uit overeenkomst) wegens verliezen, schade of letsel veroorzaakt door het personeel van de zendstaat tijdens het uitoefenen van hun officiële taken on het kader van dit Verdrag door de ontvangende staat namens de zendstaat afgewikkeld in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de ontvangende staat. De bevoegde autoriteiten van de partijen beslissen gezamenlijk over de toewijzing van de schadevergoeding en de daaruit voortvloeiende afwikkeling van een dergelijke vordering. Kosten die verband houden met de afwikkeling van dergelijke vorderingen worden door de zendstaat terugbetaald.
b. Worden vorderingen van derden (anders dan vorderingen uit overeenkomst) wegens verliezen, schade of letsel veroorzaakt door het personeel van beide staten bij de uitvoering van hun officiële taken in het kader van dit verdrag door de ontvangende staat, ook namens de zendstaat, afgehandeld in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de ontvangende staat. De bevoegde autoriteiten van de partijen beslissen gezamenlijk over de toewijzing van de schadevergoeding en de daaruit voortvloeiende afwikkeling van een dergelijke vordering. Wanneer de schade in gelijke mate aan beide partijen kan worden toegerekend, of wanneer het niet mogelijk is om de omvang van hun respectieve aandeel in de verantwoordelijkheid toe te wijzen, wordt het toegekende of toegewezen bedrag gelijkelijk tussen de partijen verdeeld. Kosten die verband houden met de afwikkeling van dergelijke vorderingen worden door de zendstaat terugbetaald overeenkomstig zijn aandeel in het bedrag van de schadevergoeding.
c. Raadplegen de bevoegde autoriteiten van de ontvangende staat de bevoegde autoriteiten van de zendstaat alvorens over te gaan tot enige afwikkeling van vorderingen van derden als bedoeld in het derde lid, onder a, en/of het derde lid, onder b.
4 Voor zover het andere militaire activiteiten betreft dan die bedoeld in het derde lid, bieden de bevoegde autoriteiten van de partijen in een geest van goede wil voldoende gelegenheid tot overleg in geval van vorderingen van derden (anders dan contractuele vorderingen) wegens verliezen, schade of letsel veroorzaakt door het personeel van de zendstaat bij de uitvoering van zijn officiële taken in het kader van dit Verdrag.
5 Vorderingen van derden (anders dan contractuele vorderingen) wegens verliezen, schade of letsel veroorzaakt door het personeel van de zendstaat buiten de uitoefening van zijn officiële taken in het kader van militaire activiteiten uit hoofde van dit Verdrag, worden als volgt afgehandeld:
a. De ontvangende staat zal de vordering voortvarend in behandeling nemen en beoordeelt de schadevergoeding voor de eiser op een eerlijke en billijke wijze, en zal een verslag over de zaak opstellen, waarin ook eventuele opmerkingen van de zendstaat zullen worden opgenomen;
b. Het rapport wordt spoedig overhandigd aan de autoriteiten van de zendstaat, die vervolgens onverwijld beslissen of zij een ex gratia betaling zullen aanbieden, en zo ja welk bedrag;
c. Indien een aanbod tot ex gratia betaling wordt gedaan en door de eiser wordt aanvaard, verrichten de autoriteiten van de zendstaat zelf de betaling en stellen zij de ontvangende staat op de hoogte van hun besluit.
6 De zendstaat en zijn personeel zijn niet onderworpen aan de rechtsmacht van de ontvangende staat bij zaken die aanhangig worden gemaakt wegens verliezen, schade of letsel veroorzaakt tijdens of als gevolg van het uitvoeren van militaire activiteiten.
7 De partijen verbinden zich ertoe volledig en snel met elkaar samen te werken met betrekking tot de bepalingen van dit artikel.
- Regeling
- Verdrag tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië inzake de status van personeel van hun Ministeries van Defensie aanwezig op elkaars grondgebied in het kader van defensiesamenwerking
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 04-09-2026
- BWB-id
- BWBV0007176
- Versie
- 2026-09-04_0