wetzoeker

Artikel 121 Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds

CIVIELRECHTELIJKE EN ADMINISTRATIEVE HANDHAVING

Elke Partij erkent dat de volgende personen gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPS-Overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

a. houders van intellectuele-eigendomsrechten overeenkomstig het toepasselijke recht;

b. alle andere personen die gemachtigd zijn intellectuele-eigendomsrechten te gebruiken, in het bijzonder licentiehouders, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving;

c. instanties voor het collectieve beheer van intellectuele-eigendomsrechten die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en overeenkomstig het toepasselijke recht;

d. beroepsorganisaties die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving.

Regeling
Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
24-10-2025
BWB-id
BWBV0007162
Versie
2025-10-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl