Bijlage 2 — Artikel 3 – Het de minimis-beginsel Verdrag inzake exportcontrole in het defensiedomein
Artikel 3 – Het de minimis-beginsel
1. De vereenvoudigde vergunningsprocedures waarop het de-minimisbeginsel van toepassing is, zijn uitsluitend van toepassing op voor integratie bestemde producten, zoals omschreven in het eerste lid van artikel 3 van dit Verdrag, die zijn opgenomen in de van kracht zijnde gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, met uitzondering van de in bijlage 3 genoemde producten.
2. De verdragsluitende partijen passen het de-minimisbeginsel toe met een procentuele drempelwaarde tot en met 20% van de totale waarde van het eindsysteem dat buiten het grondgebied van de verdragsluitende partijen wordt uitgevoerd of overgebracht. Deze totale waarde omvat geen onderhoudsactiviteiten, reserveonderdelen, opleiding of reparaties.
3. In het kader van het in het tweede lid van artikel 4 bedoelde Permanent Comité evalueren de verdragsluitende partijen regelmatig de toepassing van het de-minimisbeginsel en de in het eerste lid, bedoelde procentuele drempelwaarde; bij wijze van uitzondering gebeurt dit ook op verzoek van een van de verdragsluitende partijen.
4. Wanneer het nationale aandeel van voor integratie bestemde producten van een verdragsluitende partij de in het tweede lid, vastgestelde drempelwaarde niet overschrijdt, geeft die verdragsluitende partij onverwijld de overeenkomstige vergunning voor overdracht, uitvoer of wederuitvoer af, behalve in het uitzonderlijke geval dat een dergelijke overdracht, uitvoer of wederuitvoer haar rechtstreekse belangen of de nationale veiligheid zou schaden.
5. Indien het de-minimisbeginsel van toepassing is:
– is de verdragsluitende partij, van wiens grondgebied het eindsysteem wordt overgedragen of uitgevoerd uit het grondgebied van de verdragsluitende partijen, als enige verantwoordelijk voor de beoordeling van de naleving van de gemeenschappelijke verbintenissen die op internationaal niveau en in het kader van de Europese Unie door elk van de betrokken verdragsluitende partijen zijn aangegaan;
– wordt geen eindgebruikerscertificaat of niet-wederuitvoercertificaat gevraagd ter onderbouwing van de vergunning voor overdracht tussen de betrokken verdragsluitende partijen. Een certificaat van integratie van het product in het eindsysteem kan van de betrokken verdragsluitende partij verzocht worden..
6. Onderhoudsactiviteiten, reserveonderdelen, opleiding en reparatie ten behoeve van voor integratie bestemde producten die in het kader van het de-minimisbeginsel worden uitgevoerd of overgedragen, worden behandeld als aanvragen voor uitvoer- of overdrachtsvergunningen die onder het de-minimisbeginsel vallen.
7. Het aandeel van voor integratie bestemde producten afkomstig van een verdragsluitende partij in een definitief uitgevoerd of overgedragen systeem wordt als volgt vastgesteld:
– indien de ontvangende onderneming gebruik wenst te maken van het de-minimisbeginsel, deelt zij aan haar nationale exportcontrole-instantie en haar leveranciers de overeenkomstige aandelen mede van de voor integratie bestemde producten afkomstig van elke verdragsluitende partij die in het over te dragen of uit te voeren eindsysteem zijn geïntegreerd;
– indien de toeleverende onderneming gebruik wenst te maken van het de-minimisbeginsel, deelt zij aan haar nationale exportcontrole-instantie het overeenkomstige aandeel mede van de voor integratie bestemde producten die in het over te dragen of uit te voeren eindsysteem worden geïntegreerd;
– de eindintegrator stelt het aandeel van de producten uit elke betrokken verdragsluitende partij in het eindsysteem vast. Hierin betrekt hij alle aandelen die via andere verdragsluitende partijen zijn ontvangen. De eindintegrator betrekt hierin voor elk van zijn directe leveranciers die meer dan 2 % van de totale eindwaarde vertegenwoordigen de producten die hij rechtstreeks van een betrokken verdragsluitende partij heeft afgenomen.
8. De nationale exportcontrole-instantie van een verdragsluitende partij kan te allen tijde de nationale exportcontrole-instantie van een andere verdragsluitende partij verzoeken de door de ontvangende onderneming verstrekte informatie te bevestigen.
- Regeling
- Verdrag inzake exportcontrole in het defensiedomein
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 17-09-2021
- BWB-id
- BWBV0007130
- Versie
- 2021-09-17_0