wetzoeker

Bijlage 1 — Artikel 2 – Defensiegerelateerde producten ontstaan door industriële samenwerking Verdrag inzake exportcontrole in het defensiedomein

Artikel 2 – Defensiegerelateerde producten ontstaan door industriële samenwerking

I. Definities voor de toepassing van artikel 2

Voor deze bijlage gelden de volgende definities:

1. Onder „betrokken partijen” wordt verstaan de verdragsluitende partijen die een aanvraag zullen ontvangen tijdens de erkenningsfase van de projecten (zie toepassingsgebied hieronder). In de volgende fase van goedkeuring van een uitvoertransactie verwijst deze term naar de verdragsluitende partijen die een project hebben erkend als in aanmerking komend krachtens artikel 2.

2. Onder „uitvoertransactie” wordt verstaan een specifieke uitvoer of overbrenging naar andere staten dan de betrokken partijen (hierna „derde land van bestemming” genoemd), gewoonlijk bestaande uit de uitvoering van verplichtingen uit hoofde van een contract of bestelling.

3. Onder „wederuitvoer” wordt verstaan het overbrengen van producten tussen de betrokken partijen, die vervolgens worden uitgevoerd of overgebracht naar derde landen van bestemming. Dit heeft ook betrekking op elke uitvoer of verdere overbrenging van een derde land van bestemming naar een ander derde land.

4. Onder „project” wordt verstaan een industrieel samenwerkingsproject tussen defensiebedrijven van de betrokken partijen, dat vervolgens tot een of meer uitvoertransacties kan leiden.

5. Onder „industriële partners” wordt verstaan de ondernemingen van de betrokken partijen die bij een project betrokken zijn.

6. Onder „wapensysteem” wordt in de context van artikel 2 verstaan elk goed op de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen.

II. Toepassingsgebied – een proces in twee stappen:

Om de verdere integratie van de defensie-industrie van de betrokken partijen te bevorderen en te ondersteunen, voorziet artikel 2 in een proces in twee stappen voor uitvoervergunningen die nodig zijn voor een eerder erkend industrieel samenwerkingsproject:

1. Procedure voor de erkenning van projecten

1. Voordat exporteurs gebruik kunnen maken van de vereenvoudigde vergunningsprocedures die zijn vastgesteld in artikel 2, is een gezamenlijk proces van erkenning door de overheid vereist. Alle betrokken partijen komen overeen of een project kan worden aangemerkt als een industrieel samenwerkingsproject overeenkomstig artikel 2. De procedure voor de erkenning van projecten komt niet in de plaats van de daaropvolgende vergunningsprocedure voor uitvoertransacties.

2. Elk project zal per geval worden beoordeeld. De projecten moeten in het belang zijn van alle betrokken partijen en bijdragen aan de integratie van hun respectieve defensie-industrieën. Zij moeten worden gekenmerkt door een element van voortdurende samenwerking. Zowel bestaande of nieuwe samenwerkingsprojecten kunnen in aanmerking komen.

3. Ondernemingen die besluiten deel te nemen aan een project en gebruik wensen te maken van de regels van artikel 2, dienen een gemeenschappelijke beschrijving van hun project in op basis van gezamenlijk overeengekomen elementen.

4. Indien alle betrokken partijen het erover eens zijn dat het project geheel of gedeeltelijk in aanmerking komt op grond van artikel 2, stellen zij de respectieve industriële partners op hun grondgebied daarvan in kennis. In die kennisgeving worden ook de precieze reikwijdte en omvang van de erkenning vermeld.

5. De industriële partners zijn verplicht hun respectieve exportcontrole-instanties in kennis te stellen van alle wijzigingen die van invloed zijn op de aard van het project. Wijzigingen die door een betrokken partij als belangrijk worden beschouwd, worden door alle betrokken partijen opnieuw beoordeeld om te bepalen of het project nog steeds in aanmerking komt op grond van artikel 2.

2. Vergunningsprocedure voor uitvoertransacties

1. Na erkenning van een project als in aanmerking komend op grond van artikel 2, worden volgende vergunningsbesluiten genomen overeenkomstig artikel 2. De industriële partners dienen hun desbetreffende vergunningsaanvragen in bij hun nationale exportcontrole-instanties, met uitdrukkelijke verwijzing naar artikel 2 van het Verdrag en hun project. Indien een betrokken partij zich tegen de wederuitvoer of overbrenging door een andere betrokken partij verzet, is het tweede lid van artikel 2 van toepassing.

2. De uitvoertransactie waarvoor een vergunningsaanvraag wordt beoordeeld, moet in overeenstemming zijn met de beschrijving van het project dat op grond van artikel 2 als in aanmerking komend is erkend.

3. Het toepassingsgebied van de vergunningsaanvragen die op grond van artikel 2 worden onderzocht, is als volgt:

○ Indien de eindgebruikers van de eindproducten bekend zijn: alle overdrachten (met inbegrip van technologie) tussen de industriële partners en daaropvolgende leveringen aan afnemers die betrokken zijn bij het productie- en ontwikkelingsproces en aan eindgebruikers;

○ Indien de eindgebruikers ten tijde van de vergunningaanvraag niet bekend waren bij de industriële partners of indien de eindgebruikers werden gewijzigd: alle besluiten die gebaseerd zijn op vereisten inzake een vergunning voor wederuitvoer of niet-wederuitvoerclausules, voor zover daarvan niet vooraf is afgezien.

4. Het besluit tot verlening of weigering van de uitvoervergunning voor het eindproduct wordt genomen door de partij van waaruit de uitvoer plaatsvindt en valt niet binnen het toepassingsgebied van artikel 2.

5. Vergunningen worden verleend overeenkomstig de respectieve nationale voorschriften en praktijken. Dit omvat nationale voorschriften voor de indiening van eindgebruikvergunningen, met inbegrip van nationale bepalingen inzake vereisten inzake wederuitvoervergunningen.

6. De betrokken partijen kunnen informatie uitwisselen over vergunningaanvragen in het kader van samenwerkingsprojecten, overeenkomstig de nationale regels inzake gegevensbescherming.

Regeling
Verdrag inzake exportcontrole in het defensiedomein
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
17-09-2021
BWB-id
BWBV0007130
Versie
2021-09-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl