wetzoeker

Artikel 5 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Moldavië inzake betaalde werkzaamheden door afhankelijke gezinsleden van leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten

1 Indien een afhankelijk gezinslid immuniteit geniet ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat ingevolge het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer of enige andere internationale overeenkomst, doet de zendstaat afstand van de immuniteit van het betrokken afhankelijke gezinslid ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat met betrekking tot elk handelen of nalaten dat verband houdt met hun betaalde werkzaamheden, behalve in bijzondere gevallen waarin de zendstaat van mening is dat het doen van afstand in strijd is met zijn belangen.

2 Het afstand doen van immuniteit heeft geen betrekking op maatregelen van preventieve aard of de tenuitvoerlegging van een vonnis; daarvoor is afzonderlijk afstand doen van immuniteit noodzakelijk. In dergelijke gevallen verzoekt de ontvangende staat de zendstaat schriftelijk afstand te doen van deze immuniteit.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Moldavië inzake betaalde werkzaamheden door afhankelijke gezinsleden van leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBV0007110
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl