wetzoeker

Artikel 31 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat

SLOTBEPALINGEN

1 Na de inwerkingtreding van dit verdrag kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa, na raadpleging van de partijen bij dit verdrag en met eenparigheid van stemmen, elke niet-lidstaat van de Raad van Europa die niet aan de opstelling van dit verdrag heeft deelgenomen, uitnodigen tot dit verdrag toe te treden bij besluit van de in artikel 20, onderdeel d, van het Statuut van de Raad van Europa bedoelde meerderheid en met eenparigheid van stemmen van de vertegenwoordigers van de partijen die gerechtigd zijn zitting in het Comité van Ministers te nemen.

2 Voor iedere toetredende staat treedt dit verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een termijn van drie maanden na de datum van neerlegging van de akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Regeling
Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
05-09-2024
BWB-id
BWBV0007089
Versie
2024-09-05_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl