wetzoeker

Artikel 10 Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, anderzijds

MILIEUDUURZAAMHEID EN KLIMAATVERANDERING

1 De Partijen herinneren aan de doelstellingen, beginselen en bepalingen van het Raamverdrag van de VN inzake klimaatverandering en de Klimaatovereenkomst van Parijs en wijzen op de noodzaak om de mondiale inspanningen voor de aanpak van de klimaatverandering op te voeren in het licht van de bevindingen van het speciale verslag van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC) over de gevolgen van de opwarming van de aarde met 1,5 °C ten opzichte van de pre-industriële niveaus. In dat verband komen zij overeen bij te dragen tot een mondiale emissiereductie die consistent is met de beperking van de stijging van de gemiddelde temperatuur wereldwijd tot ruim onder de drempel van 2 °C boven het pre-industriële niveau en ernaar te streven de temperatuurstijging wereldwijd tot 1,5 °C te beperken. Zij erkennen het belang om zo spoedig mogelijk te komen tot netto nul wereldwijde door de mens veroorzaakte emissies. Daartoe verbinden zij zich tot opeenvolgende nationaal bepaalde bijdragen (NDC’s) die een vooruitgang zullen betekenen ten opzichte van de huidige nationaal bepaalde bijdragen, en een zo hoog mogelijk ambitieniveau weerspiegelen, in het licht van de diverse nationale omstandigheden, en bevestigen zij opnieuw hun doelstelling om tegen 2050 klimaatneutraliteit te verwezenlijken.

2 De Partijen ontwikkelen omvattende en inclusieve interne klimaatbeleidsmaatregelen en - programma’s, onder meer door middel van wetgevings- en bestuurskaders, en zij ondernemen concrete acties om meer vaart te zetten achter de uitvoering van de Klimaatovereenkomst van Parijs. Zij ontwikkelen systemen voor monitoring, rapportage en verificatie, alsook voor evaluatie om de vooruitgang inzake klimaatactie te volgen.

3 De Partijen versnellen en intensiveren hun inspanningen om zich aan te passen aan de gevolgen van de klimaatverandering, onder meer door de ontwikkeling en uitvoering van ambitieuze nationale adaptatieplannen. Zij ontwikkelen en geven uitvoering aan beleid, strategieën en wetgevingskaders om adaptatie in de relevante sociaal-economische en milieusectoren in te passen.

4 Erkennend dat energie uit fossiele brandstoffen en de vervoerssector aanzienlijk bijdragen tot koolstofemissies, nemen de Partijen zich voor oplossingen voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie te ontwikkelen en koolstofemissies ten gevolge van vervoer over land, in de lucht en op zee verder te beperken. Zij versterken hun samenwerking bij de ontwikkeling en overdracht van technologieën. Zij streven naar een rationalisering en uitfasering van inefficiënte subsidies voor fossiele brandstoffen waarmee verspilling in de hand wordt gewerkt, en naar een beperking van de mogelijke negatieve effecten op een wijze die de armen en de getroffen gemeenschappen beschermt.

5 De Partijen passen een geïntegreerde, holistische en evenwichtige niet-marktgebaseerde aanpak van de klimaatverandering en de effecten ervan toe, daarbij rekening houdend met de kwetsbaarheid van kleine eilandstaten in ontwikkeling en hun relevante beleidskaders, waaronder het kader voor bestendige ontwikkeling in het Stille-Oceaangebied en het partnerschap voor weerbaarheid in de Stille Oceaan.

6 De Partijen ondersteunen maatregelen om financieringsstromen in overeenstemming te brengen met een traject naar lage broeikasgasemissies en klimaatveerkrachtige ontwikkeling. Zij werken samen om klimaatfinanciering te mobiliseren uit een brede waaier van bronnen, instrumenten en kanalen, ter ondersteuning van de ontwikkeling en uitvoering van nationale adaptatieplannen en NDC’s boven het huidige niveau overeenkomstig de Klimaatovereenkomst van Parijs.

7 De Partijen bevorderen een ambitieuze uitfasering van fluorkoolwaterstoffen in het kader van het Protocol van Montreal betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken, gedaan te Montreal op 16 september 1987, en de Wijziging van Kigali van dat Protocol. De Partijen moedigen alle Partijen bij het Protocol aan die Wijziging te ratificeren en te zorgen voor de spoedige uitvoering ervan.

8 De Partijen versterken de coördinatie op alle niveaus van het bestuur en treffen maatregelen die gestoeld zijn op en aangestuurd worden door de beste beschikbare wetenschappelijke kennis, en, waar passend, op traditionele kennis en inheemse en lokale kennissystemen. De Partijen moedigen lokale autoriteiten aan en stellen hen in staat om ambitieuze klimaat- en energieverbintenissen aan te gaan en uit te voeren. Zij bevorderen bestaande initiatieven zoals het mondiaal Burgemeestersconvenant voor klimaat en energie en ondersteunen de uitvoering van hun actieplannen.

9 De Partijen werken samen aan de ontwikkeling van kennisnetwerken voor klimaatadaptatie en -respons, en aan de versterking van de wetenschappelijke, technische, menselijke en institutionele capaciteit voor klimaatactie en milieubeheer en -monitoring, onder meer met behulp van ruimtetechnologieën en informatiesystemen.

Regeling
Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-11-2023
BWB-id
BWBV0007046
Versie
2023-11-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl