wetzoeker

Artikel 75 Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven

OVERBRENGING VAN GEVONNISTE PERSONEN

1 Bij voortzetting van de tenuitvoerlegging is de tenuitvoerleggende staat die partij is gebonden aan het rechtskarakter en de duur van de veroordeling, zoals die zijn vastgesteld door de veroordelende staat die partij is.

2 Indien de in het eerste lid bedoelde veroordeling evenwel naar aard en duur onverenigbaar is met het nationale recht van de tenuitvoerleggende staat die partij is, of indien het nationale recht van die staat zulks vereist, kan die tenuitvoerleggende staat die partij is door middel van een rechterlijke of administratieve beschikking de sanctie aanpassen aan de straf of maatregel die door zijn eigen nationale recht voor een soortgelijk misdrijf wordt voorgeschreven. Wat de aard betreft, zal de straf of maatregel voor zover mogelijk overeenstemmen met de sanctie die bij de ten uitvoer te leggen veroordeling is opgelegd. De bij de veroordeling opgelegde sanctie zal hierdoor naar aard of duur niet worden verzwaard en evenmin zal het door het nationale recht van de tenuitvoerleggende staat die partij is voorgeschreven maximum hierdoor worden overschreden.

Regeling
Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-02-2024
BWB-id
BWBV0007040
Versie
2024-02-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl