wetzoeker

Artikel 66 Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven

OVERBRENGING VAN GEVONNISTE PERSONEN

1 Indien mogelijk en in overeenstemming met de grondbeginselen van het nationale recht, kan een persoon die in een staat die partij is veroordeeld is voor een misdrijf waarop die staat dit Verdrag toepast, worden overgedragen aan een andere staat die partij is teneinde de tegen deze persoon uitgesproken veroordeling te ondergaan. Een overbrenging is tevens mogelijk wanneer de veroordeling is opgelegd wegens een misdrijf waarop dit Verdrag van toepassing is in combinatie met andere misdrijven.

2 Voor de toepassing van dit deel van het Verdrag wordt verstaan onder:

a. „de tenuitvoerleggende staat die partij is”: de staat die partij is waarnaar de gevonniste persoon kan worden of reeds is overgebracht, teneinde zijn veroordeling te ondergaan;

b. „vonnis”: een rechterlijke beslissing of bevel waarbij een veroordeling wordt uitgesproken waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en die of dat derhalve onherroepelijk is geworden;

c. „veroordeling”: elke tot vrijheidsbeneming strekkende straf of maatregel die door een rechter wordt opgelegd voor het plegen van een misdrijf waarop dit Verdrag van toepassing is;

d. „de veroordelende staat die partij is”: de staat die partij is waarin de veroordeling werd uitgesproken.

Regeling
Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-02-2024
BWB-id
BWBV0007040
Versie
2024-02-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl