wetzoeker

Artikel 6 Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven

ALGEMENE BEPALINGEN

Onverminderd artikel 2 kunnen de staten die partij zijn overeenkomen dit Verdrag toe te passen op ieder verzoek dat betrekking heeft op gedragingen waarop alle van de volgende voorwaarden van toepassing zijn:

a. de gedraging bestaat uit genocide, een misdrijf tegen de menselijkheid, een oorlogsmisdrijf, het misdrijf agressie, foltering of gedwongen verdwijning krachtens het internationaal recht;

b. de gedraging bestaat uit genocide, een misdrijf tegen de menselijkheid, een oorlogsmisdrijf, het misdrijf agressie, foltering of gedwongen verdwijning krachtens het nationale recht van de verzoekende staat die partij is;

c. de gedraging is een delict waarvoor uitlevering kan worden toegestaan krachtens het nationale recht van de aangezochte staat die partij is.

Regeling
Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-02-2024
BWB-id
BWBV0007040
Versie
2024-02-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl