wetzoeker

Artikel 15 Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven

ALGEMENE BEPALINGEN

1 Iedere staat die partij is neemt de eventueel noodzakelijke maatregelen die verenigbaar zijn met zijn rechtsbeginselen om de aansprakelijkheid te vestigen van rechtspersonen voor deelneming aan misdrijven waarop die staat die partij is dit Verdrag toepast in overeenstemming met artikel 2.

2 Met inachtneming van de rechtsbeginselen van de staat die partij is, kan deze aansprakelijkheid van rechtspersonen strafrechtelijk, civielrechtelijk of bestuursrechtelijk zijn.

3 Deze aansprakelijkheid geldt onverminderd de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de natuurlijke personen die de misdrijven hebben gepleegd.

4 Iedere staat die partij is verzekert in het bijzonder dat rechtspersonen die aansprakelijk worden gesteld overeenkomstig dit artikel, onderworpen worden aan doeltreffende, proportionele en ontmoedigende strafrechtelijke of niet-strafrechtelijke sancties, met inbegrip van geldelijke sancties.

Regeling
Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-02-2024
BWB-id
BWBV0007040
Versie
2024-02-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl