wetzoeker

Artikel 58 Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven

UITLEVERING

1 Indien gelijktijdig om uitlevering of overlevering wordt verzocht door meer dan één staat die partij is of een bevoegd internationaal strafhof of tribunaal, hetzij voor hetzelfde misdrijf, hetzij voor verschillende misdrijven, neemt de aangezochte staat die partij is zijn beslissing met inachtneming van enige verplichting met betrekking tot de voorrang van rechtsmacht volgend uit een internationaal rechtsinstrument waardoor de aangezochte staat die partij is gebonden is.

2 Bij het ontbreken van een dergelijke verplichting houdt de aangezochte staat die partij is bij zijn beslissing rekening met alle relevante omstandigheden, zoals de relatieve ernst en plaats waar de misdrijven zijn begaan, de dagtekening van de verscheidene verzoeken, de nationaliteit van de opgeëiste persoon, de nationaliteit van het slachtoffer of de slachtoffers, en de mogelijkheid van latere uitlevering aan een andere staat die partij is.

Regeling
Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-02-2024
BWB-id
BWBV0007040
Versie
2024-02-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl