wetzoeker

Artikel 46 Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven

WEDERZIJDSE RECHTSHULP

1 Op verzoek van de verzoekende staat die partij is en onverminderd de rechten van derden te goeder trouw, kan de aangezochte staat die partij is, voor zover toegestaan door zijn nationale recht, in beslag genomen of geconfisqueerde goederen die zijn verkregen door een misdrijf waarop de betrokken staten die partij zijn dit Verdrag toepassen ter beschikking van de verzoekende staat die partij is stellen. De verzoekende staat die partij is kan besluiten de goederen aan de rechtmatige eigenaars terug te geven.

2 Bij het overdragen van voorwerpen, documenten, dossiers of bewijsmateriaal, kan de aangezochte staat die partij is afstand doen van de teruggave daarvan, hetzij voor, hetzij na de overdracht door de verzoekende staat die partij is, indien de teruggave van deze voorwerpen, documenten, dossiers of dit bewijsmateriaal aan de rechtmatige eigenaar daardoor kan worden bevorderd.

Regeling
Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-02-2024
BWB-id
BWBV0007040
Versie
2024-02-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl