wetzoeker

Artikel 35 Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven

WEDERZIJDSE RECHTSHULP

1 Indien de verzoekende staat die partij is het van belang acht dat een getuige of een deskundige in persoon voor haar rechterlijke autoriteiten verschijnt, vermeldt zij dit bij zijn verzoek tot uitreiking van de oproeping. De aangezochte staat die partij is nodigt de getuige of deskundige uit om op het grondgebied van de verzoekende staat die partij is te verschijnen en stelt de verzoekende staat die partij is onverwijld in kennis van het eventuele antwoord van de getuige of deskundige.

2 In het geval voorzien in het eerste lid dient het verzoek of de oproeping bij benadering het bedrag van de te betalen schadeloosstelling en van de te vergoeden reis- en verblijfkosten aan te geven.

3 De aangezochte staat die partij is kan, indien dit aan hem wordt verzocht, aan de getuige of de deskundige een voorschot toekennen. Het bedrag van het voorschot wordt terugbetaald door de verzoekende staat die partij is.

4 De getuige of deskundige die geen gevolg heeft gegeven aan een oproeping waarvan toezending was verzocht, kan aan geen enkele sanctie of dwangmaatregel worden onderworpen, zelfs niet indien in de oproeping verplichtingen zijn vermeld, tenzij de getuige of deskundige zich daarna uit vrije wil op het grondgebied van de verzoekende staat die partij is begeeft en hij daar op wettige wijze opnieuw opgeroepen wordt.

Regeling
Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-02-2024
BWB-id
BWBV0007040
Versie
2024-02-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl