wetzoeker

Artikel 4 Tweede aanvullend protocol bij het Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken, inzake nauwere samenwerking en verstrekking van elektronisch bewijsmateriaal

– GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

1 Verzoeken, bevelen en begeleidende informatie die bij een partij worden ingediend, worden gesteld in een taal die aanvaardbaar is voor de aangezochte partij of de partij waaraan overeenkomstig artikel 7, lid 5, kennisgeving wordt gedaan, of gaan vergezeld van een vertaling in een dergelijke taal.

2 De in artikel 7 bedoelde bevelen en de in artikel 6 bedoelde verzoeken en de begeleidende informatie daarbij:

a. worden ingediend in een taal van de andere partij waarin de serviceprovider of entiteit vergelijkbare binnenlandse bevelen of verzoeken aanvaardt;

b. worden ingediend in een andere taal die aanvaardbaar is voor de serviceprovider of entiteit; of

c. gaan vergezeld van een vertaling in een van de talen als bedoeld in lid 2, punt a) of b).

Regeling
Tweede aanvullend protocol bij het Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken, inzake nauwere samenwerking en verstrekking van elektronisch bewijsmateriaal
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
12-05-2022
BWB-id
BWBV0006966
Versie
2022-05-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl