wetzoeker

Artikel VI Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake de status van militair en burgerpersoneel van het Ministerie van Defensie van Nederland dat in verband met opleidingen en trainingen aanwezig zal zijn in de Republiek Suriname

1 Het Nederlandse militair personeel is gerechtigd tot het in bezit hebben en dragen van wapens met bijbehorende munitie mits de op hen toepasselijke voorschriften zulks toestaan. Deze wapens en munitie worden opgeslagen volgens de geldende regelingen van de Republiek Suriname.

2 Het Nederlandse militair personeel is uitsluitend gerechtigd tot het gebruiken van wapens voor oefendoeleinden op daarvoor door de Surinaamse autoriteiten ter beschikking te stellen oefenlocaties, welke nader zullen worden overeengekomen tussen de Nederlandse en Surinaamse autoriteiten.

3 De Surinaamse autoriteiten dragen zorg voor de veiligheid van het Nederlandse personeel tijdens het verblijf in de Republiek Suriname.

4 Nadere schriftelijke afspraken over de beveiliging van personeel, wapens en munitie zullen voorafgaand aan de aanvang van de opleiding en training overeen worden gekomen.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake de status van militair en burgerpersoneel van het Ministerie van Defensie van Nederland dat in verband met opleidingen en trainingen aanwezig zal zijn in de Republiek Suriname
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-04-2022
BWB-id
BWBV0006954
Versie
2022-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl