wetzoeker

Bijlage III — Overgangsbepalingen (deel 1) Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds en Oekraïne, anderzijds

Overgangsbepalingen

Afdeling 1.

Overgangsperioden

1. De overgang van Oekraïne naar de effectieve tenuitvoerlegging van alle bepalingen en voorwaarden die voortvloeien uit deze Overeenkomst vindt plaats in twee overgangsperioden.

2. Deze overgang zal worden beoordeeld aan de hand van normaliseringsinspecties die worden uitgevoerd door de Europese Commissie en het EASA; voorts wordt ook een besluit genomen door het Gemengd Comité, zoals ingesteld bij artikel 33.

Afdeling 2.

Specificaties die van Toepassing zijn Tijdens de eerste Overgangsperiode

1. Tijdens de eerste overgangsperiode:

a. krijgen luchtvaartmaatschappijen uit de Europese Unie en door Oekraïne geregistreerde luchtvaartmaatschappijen toestemming om onbeperkte verkeersrechten uit te oefenen tussen elke plaats in de Europese Unie en elk punt in Oekraïne;

b. na een beoordeling van de tenuitvoerlegging door Oekraïne van de normen en relevante eisen van de Europese Unie en ingevolge de informatie van het Gemengd Comité wordt Oekraïne als waarnemer betrokken bij de werkzaamheden van het comité dat is opgericht bij Verordening (EEG) nr. 95/93 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots op communautaire luchthavens; en

c. artikel 22, lid 5, punt c), is niet van toepassing.

2. Onder de volgende voorwaarden mag Oekraïne overgaan naar de tweede overgangsperiode:

a. de toepasselijke eisen en normen van de onderstaande besluiten moeten in de nationale wetgeving zijn opgenomen en ten uitvoer zijn gelegd:

– Verordening (EG) nr. 216/2008 (inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart);

– Verordening (EU) nr. 748/2012 (uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties);

– Verordening (EG) nr. 2042/2003 (permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen), zoals gewijzigd;

– Verordening (EU) nr. 965/2012 (technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot luchtvaartactiviteiten);

– Verordening (EU) nr. 1178/2011 (technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen);

– Verordening (EU) nr. 996/2010 (inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten);

– Richtlijn 2009/12/EG (inzake luchthavengelden);

– Richtlijn 96/67/EG (betreffende toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap);

– Verordening (EEG) nr. 95/93 (betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots);

– Richtlijn 2000/79/EG (inzake de Europese Overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van mobiel personeel in de burgerluchtvaart);

– Hoofdstuk IV van Verordening (EG) nr. 1008/2008 (betreffende exploitatie van luchtvaartdiensten);

– Verordening (EG) nr. 785/2004 (betreffende de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen);

– Verordening (EG) nr. 80/2009 (betreffende geautomatiseerde boekingssystemen);

– Verordening (EG) nr. 2027/97 (betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen);

– Verordening (EG) nr. 261/2004 (gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertragingen);

– Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim („de kaderverordening”)

– Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim („de luchtvaartnavigatiedienstenverordening”),

– Verordening (EG) nr. 551/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de organisatie en het gebruik van het gemeenschappelijke Europese luchtruim („de luchtruimverordening”);

– Verordening (EG) nr. 552/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de interoperabiliteit van het Europese netwerk voor luchtverkeersbeveiliging („de interoperabiliteitsverordening”);

– Verordening (EU) nr. 691/2010 van de Commissie van 29 juli 2010 tot vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2096/2005 tot vaststelling van de gemeenschappelijke eisen voor de verlening van luchtvaartnavigatiediensten;

– Verordening (EG) nr. 1794/2006 van de Commissie van 6 december 2006 tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten;

– Verordening (EU) nr. 1034/2011 van de Commissie van 17 oktober 2011 betreffende het veiligheidstoezicht op het gebied van luchtverkeersbeheer en luchtvaartnavigatiediensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 691/2010;

– Verordening (EG) nr. 2150/2005 van de Commissie van 23 december 2005 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor een flexibel gebruik van het luchtruim; en

– Verordening (EU) nr. 255/2010 van de Commissie van 25 maart 2010 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake de regeling van luchtverkeersstromen,

zoals deze zijn vermeld, met inbegrip van de wijzigingen, in bijlage I bij deze Overeenkomst;

b. Oekraïne moet regels voor de afgifte van exploitatievergunningen toepassen die in wezen gelijkwaardig zijn aan die van hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Europese Unie, en

c. wat betreft de beveiliging van de luchtvaart moet Oekraïne de meest recente toepasselijke wijziging van ECAC-document 30, deel II, toepassen.

Afdeling 3.

Specificaties die van Toepassing zijn Tijdens de tweede Overgangsperiode

1. Na het besluit van het Gemengd Comité als bedoeld in artikel 33, waarin wordt bevestigd dat Oekraïne voldoet aan alle voorwaarden die zijn vastgesteld in afdeling 2, punt 2):

a. worden de relevante certificaten die zijn afgegeven door Oekraïne, zoals vermeld in bijlage IV, afdeling 1, door de EU-lidstaten erkend overeenkomstig de voorwaarden van het besluit van het Gemengd Comité en overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EG) nr. 216/2008;

b. is artikel 22, lid 5, punt c), van toepassing; en

c. na een beoordeling van de tenuitvoerlegging door Oekraïne van de relevante normen en eisen van de Europese Unie en ingevolge de informatie van het Gemengd Comité wordt Oekraïne als waarnemer betrokken bij de werkzaamheden van het comité dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 2111/2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd.

2. Onder de volgende voorwaarden mag Oekraïne deze Overeenkomst volledig ten uitvoer leggen:

a. Oekraïne moet alle toepasselijke eisen en normen van de in bijlage I vermelde besluiten van de Europese Unie in nationale wetgeving hebben omgezet en ten uitvoer hebben gelegd; en

b. het luchtruim onder verantwoordelijkheid van Oekraïne moet worden georganiseerd overeenkomstig de EU-eisen die gelden voor de vaststelling van FAB’s.

Afdeling 4.

Volledige tenuitvoerlegging van deze overeenkomst

Na het besluit van het Gemengd Comité als bedoeld in artikel 33, waarin wordt bevestigd dat Oekraïne voldoet aan alle voorwaarden die zijn vastgesteld in afdeling 3, punt 2), van deze bijlage, is het volgende van toepassing:

1. Naast de verkeersrechten die zijn uiteengezet in afdeling 2, punt 1), van deze bijlage:

Regeling
Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds en Oekraïne, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
12-10-2021
BWB-id
BWBV0006941
Versie
2021-10-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl