wetzoeker

Artikel 2 Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en IJsland (met Bijlagen)

– DOELSTELLINGEN

1 Elk van de partijen verleent de andere partij de volgende rechten voor het verrichten van internationale luchtdiensten door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere partij:

a. het recht zonder te landen over haar grondgebied te vliegen;

b. het recht op haar grondgebied te landen anders dan voor verkeersdoeleinden;

c. het recht volledige derde- en vierde vrijheidsverkeersrechten uit te oefenen; en

d. de rechten die elders zijn omschreven in dit Verdrag.

2 De luchtvaartmaatschappijen van elk van de partijen, anders dan die aangewezen uit hoofde van artikel 3 (Aanwijzing en verlening van vergunningen) van dit Verdrag genieten tevens de rechten die omschreven zijn in het eerste lid, onderdelen a en b, van dit artikel.

3 Geen van de bepalingen van het eerste lid van dit artikel wordt geacht de luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de ene partij het recht te geven op het grondgebied van de andere partij tegen vergoeding of beloning passagiers, vracht of post op te nemen bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere partij.

Regeling
Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en IJsland (met Bijlagen)
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2023
BWB-id
BWBV0006933
Versie
2023-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl