wetzoeker

Artikel 29 Verdrag tot oprichting van de Caribische Douaneorganisatie en inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

WEDERZIJDSE ADMINISTRATIEVE BIJSTAND IN DOUANEZAKEN

1 Op verzoek houdt de aangezochte administratie, voor zover mogelijk, toezicht op en verstrekt zij de verzoekende administratie informatie over:

i. goederen in vervoer of in opslag waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van het verzoekende Lid;

ii. vervoermiddelen waarvan bekend is dat ze gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat ze gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van het verzoekende Lid;

iii. panden waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden in verband met het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van het verzoekende Lid;

iv. personen van wie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of van wie het vermoeden bestaat dat zij op het punt staan een inbreuk te maken op de douanewetgeving op het grondgebied van het verzoekende Lid, in het bijzonder diegenen die het grondgebied van het aangezochte Lid betreden en verlaten.

2 De douaneadministratie van een Lid kan uit eigen beweging dergelijk toezicht houden indien zij redenen heeft om aan te nemen dat voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van een ander Lid lijken te vormen.

Regeling
Verdrag tot oprichting van de Caribische Douaneorganisatie en inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
22-05-2019
BWB-id
BWBV0006825
Versie
2019-05-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl