wetzoeker

Artikel 14 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake de uitvoering van het Verdrag inzake het open luchtruim

1 Een geschil tussen de Staten-Partijen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van de Overeenkomst dat niet binnen een redelijke termijn kan worden geregeld door middel van diplomatieke onderhandelingen, wordt voorgelegd aan een scheidsgerecht bestaande uit drie leden. De twee bij een geschil betrokken partijen benoemen één scheidsman en de aldus benoemde scheidsmannen benoemen gezamenlijk een derde scheidsman, die geen onderdaan is van de Staten-Partijen; deze fungeert als voorzitter.

2 Indien één van de partijen nalaat haar scheidsman te benoemen en hiertoe niet is overgegaan binnen twee maanden na een daartoe strekkend verzoek van de andere partij, kan laatstbedoelde partij de President van het Internationaal Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.

3 Indien de twee scheidsmannen binnen twee maanden na hun benoeming geen overeenstemming kunnen bereiken over de keuze van de derde scheidsman, kan elk van beide partijen de President van het Internationaal Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.

4 Ingeval het scheidsgerecht niet tot consensus kan komen, wordt een beslissing genomen met een meerderheid van stemmen. De beslissing is onherroepelijk en bindend voor de Staten-Partijen.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake de uitvoering van het Verdrag inzake het open luchtruim
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2002
BWB-id
BWBV0006806
Versie
2002-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl