wetzoeker

Bijlage 7 — Gedragscode voor leden van gerecht en beroepsinstantie en voor bemiddelaars (deel 1) Investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek van Singapore, anderzijds

Gedragscode voor leden van gerecht en beroepsinstantie en voor bemiddelaars

Definities

1. In deze gedragscode wordt verstaan onder:

„lid”: een lid van het op grond van hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling A (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst), ingestelde Gerecht of een lid van de op grond van hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling A (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst), ingestelde Beroepsinstantie;

„bemiddelaar”: een persoon die overeenkomstig hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling A (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst), bemiddeling verricht;

„kandidaat”: een persoon wiens aanwijzing als lid wordt overwogen;

„assistent”: een persoon die binnen het kader van het mandaat van een lid voor dat lid onderzoek verricht of ondersteunende taken uitvoert; en

„personeel”: met betrekking tot een lid, andere personen dan assistenten die onder de leiding en het toezicht van dat lid werkzaam zijn.

Verantwoordelijkheden in het kader van de procedure

2. De kandidaten en de leden vermijden laakbaar gedrag en de schijn van laakbaar gedrag, zijn onafhankelijk en onpartijdig, vermijden directe en indirecte belangenconflicten en nemen bij hun gedrag de hoogste normen in acht, teneinde de integriteit en onpartijdigheid van het mechanisme van geschillenbeslechting te garanderen. De leden nemen geen instructies van enige organisatie of regering aan met betrekking tot de aan het Gerecht of de Beroepsinstantie voorgelegde aangelegenheden. Voormalige leden leven de verplichtingen in de punten 15 tot en met 21 van deze gedragscode na.

Openbaarmakingsplicht

3. Voorafgaand aan hun aanwijzing als lid geven de kandidaten aan de partijen bij de overeenkomst opening van zaken over alle tegenwoordige of vroegere belangen, relaties of aangelegenheden die van invloed kunnen zijn op hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij de schijn van laakbaar gedrag of partijdigheid zouden kunnen wekken. Daartoe stellen de kandidaten alles in het werk wat redelijkerwijs in hun vermogen ligt om na te gaan of er sprake is van dergelijke belangen, relaties of aangelegenheden.

4. De leden richten mededelingen betreffende feitelijke of mogelijke schendingen van deze gedragscode aan de partijen bij het geschil en de niet bij het geschil betrokken partij bij de overeenkomst.

5. De leden blijven te allen tijde alles in het werk stellen wat redelijkerwijs in hun vermogen ligt om na te gaan of er sprake is van de in punt 3 van deze gedragscode bedoelde belangen, relaties of aangelegenheden en zij geven in voorkomend geval opening van zaken. Op grond van de verplichting tot openbaarmaking zijn de leden voortdurend gehouden opening van zaken te geven over dergelijke belangen, relaties of aangelegenheden die zich tijdens elke fase van de procedure voordoen, zodra zij daarvan kennis hebben. De leden geven opening van zaken over dergelijke belangen, relaties en aangelegenheden door daarvan schriftelijk mededeling te doen aan de partijen bij het geschil en de niet bij het geschil betrokken partij bij de overeenkomst, ter overweging door al deze partijen.

Taken van leden

6. De leden oefenen hun taken gedurende de gehele procedure nauwgezet, snel en naar billijkheid uit.

7. De leden onderzoeken uitsluitend vraagstukken die in de procedure aan de orde worden gesteld en voor de uitspraak noodzakelijk zijn en delegeren deze taak niet aan een andere persoon.

8. De leden nemen alle passende maatregelen om ervoor te zorgen dat hun assistenten en personeel bekend zijn met de punten 2, 3, 4, 5, 19, 20 en 21 van deze gedragscode en deze naleven.

9. De leden onthouden zich van eenzijdige contacten in verband met de procedure.

Onafhankelijkheid en onpartijdigheid van leden

10. De leden zijn onafhankelijk en onpartijdig, vermijden de schijn van laakbaar gedrag of partijdigheid en laten zich niet leiden door eigenbelang, druk van buitenaf, politieke overwegingen, publieke protesten, loyaliteit aan een partij bij het geschil of niet bij het geschil betrokken partij bij de overeenkomst of vrees voor kritiek.

11. De leden mogen direct noch indirect verplichtingen aangaan of voordelen aanvaarden die op welke wijze dan ook de goede uitoefening van hun taken verstoren of lijken te verstoren.

12. De leden gebruiken hun positie als lid van het Gerecht niet om persoonlijke of particuliere belangen te dienen en onthouden zich van handelingen die de indruk kunnen wekken dat anderen in een bijzondere positie verkeren waardoor zij invloed op hen kunnen uitoefenen.

13. De leden laten hun gedrag of oordeel niet beïnvloeden door financiële, zakelijke, professionele, familiale of sociale relaties of verantwoordelijkheden.

14. De leden gaan geen relaties aan en verwerven geen financiële belangen wanneer daardoor hun onpartijdigheid in het gedrang kan komen of wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daardoor de schijn van laakbaar gedrag of partijdigheid wordt gewekt.

Verplichtingen van voormalige leden

15. Alle voormalige leden onthouden zich van handelingen die de schijn kunnen wekken dat zij bij de uitoefening van hun taken niet onpartijdig waren of dat zij voordeel hebben ontleend aan de beslissing of de uitspraak van het Gerecht of van de Beroepsinstantie.

16. Onverminderd artikel 3.9 (Gerecht van eerste aanleg), lid 5, en artikel 3.10 (Beroepsinstantie), lid 4, verbinden de leden zich ertoe om na afloop van hun mandaat op geen enkele wijze deel te nemen aan

a. investeringsgeschillen die vóór afloop van hun mandaat aanhangig waren bij het Gerecht of bij de Beroepsinstantie;

b. investeringsgeschillen die direct en duidelijk verband houden met geschillen die zij als lid van het Gerecht of van de Beroepsinstantie hebben behandeld, ook wanneer die afgesloten zijn.

17. De leden verbinden zich ertoe om gedurende een periode van drie jaar na afloop van hun mandaat niet op te treden als vertegenwoordiger van een van de partijen bij investeringsgeschillen die aanhangig zijn bij het Gerecht of bij de Beroepsinstantie.

18. Indien de president van het Gerecht of de president van de Beroepsinstantie ervan in kennis wordt gesteld of anderszins verneemt dat een voormalig lid van het Gerecht of van de Beroepsinstantie zou hebben gehandeld in strijd met de verplichtingen als bedoeld in de punten 15 tot en met 17, onderzoekt de president de aangelegenheid en stelt hij het voormalige lid in de gelegenheid te worden gehoord. Indien hij na afloop van het onderzoek van oordeel is dat het voormalige lid daadwerkelijk heeft gehandeld in strijd met die verplichtingen, stelt hij

a. de beroepsorde of een vergelijkbare instantie waarbij het voormalige lid is aangesloten;

b. de partijen bij de overeenkomst, en

c. de president van elk ander gerecht dat of elke andere beroepsinstantie die bevoegd is ter zake van investeringsgeschillen, daarvan in kennis.

De president van het Gerecht of de president van de Beroepsinstantie maakt zijn bevindingen uit hoofde van dit punt openbaar.

Vertrouwelijkheid

19. De leden of voormalige leden mogen op geen enkel tijdstip niet-openbare informatie over of verkregen tijdens een procedure openbaar maken of gebruiken, behalve voor de doeleinden van die procedure, en mogen deze informatie in het bijzonder niet openbaar maken of gebruiken om persoonlijk voordeel te behalen, anderen voordeel te verschaffen of de belangen van anderen te schaden.

20. De leden mogen beslissingen of uitspraken dan wel delen daarvan niet openbaar maken voordat zij overeenkomstig bijlage 8 worden bekendgemaakt.

21. De leden of voormalige leden mogen op geen enkel tijdstip informatie over de beraadslagingen van het Gerecht of de Beroepsinstantie of over het standpunt van een lid met betrekking tot de beraadslagingen openbaar maken.

Kosten

22. De leden houden de aan de procedure bestede tijd en de hiervoor gedane uitgaven bij en leggen hiervan een eindafrekening over.

Bemiddelaars

Regeling
Investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek van Singapore, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
19-10-2018
BWB-id
BWBV0006794
Versie
2018-10-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl