wetzoeker

Artikel 35 Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake politiesamenwerking

BEVOEGDHEDEN

1 Ambtenaren van een Verdragsluitende Partij die zich in het kader van de samenwerking uit hoofde van dit Verdrag op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij bevinden, beschikken ter plaatse enkel over de bevoegdheden die hen door dit Verdrag of door het nationale recht van de gaststaat zijn toegekend, met dien verstande dat zij geen bevoegdheden uitoefenen die hen in het eigen nationale recht niet zijn toegekend. Deze bevoegdheden worden uitgeoefend overeenkomstig het nationale recht van de gaststaat.

2 De Verdragsluitende Partijen brengen elkaar op de hoogte van de voorwaarden die het nationale recht aan het uitoefenen van de in dit Verdrag of het nationale recht toegekende bevoegdheden stelt.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake politiesamenwerking
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-10-2023
BWB-id
BWBV0006758
Versie
2023-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl