wetzoeker

Artikel 20 Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, en de Republiek Colombia

1 Met inachtneming van de toepasselijke bepalingen inzake operationele veiligheid, daaronder begrepen de normen en aanbevolen praktijken (SARPS) van de ICAO zoals vermeld in Bijlage 6 van het Verdrag van Chicago, verleent elke partij de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere partij toestemming om, naar keuze van elke luchtvaartmaatschappij:

a. zelf haar grondafhandelingsdiensten te verrichten;

b. diensten aan een of meer luchtvaartmaatschappijen te verlenen;

c. met derden een samenwerkingsverband aan te gaan voor het vormen van een aanbieder van diensten; en

d. te kiezen uit concurrerende aanbieders van diensten.

2 Indien de interne regels of contractuele verplichtingen van een partij de uitoefening van vorengenoemde rechten beperken of verhinderen, dient iedere aangewezen luchtvaartmaatschappij op non-discriminatoire wijze behandeld te worden voor wat betreft de gronddiensten zoals die door, de naar behoren gemachtigde, aanbieder(s) worden aangeboden.

3 De uitoefening van de in het eerste lid van dit artikel genoemde rechten geschiedt met inachtneming van de feitelijke of operationele beperkingen, voortvloeiend uit overwegingen inzake de operationele- of vliegveiligheid op de luchthaven. Elke beperking wordt op uniforme wijze toegepast en tegen voorwaarden die niet ongunstiger zijn dan die welke, ten tijde van het opleggen van de beperkingen, elke andere luchtvaartmaatschappij worden geboden die vergelijkbare internationale luchtdiensten aanbiedt.

Regeling
Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, en de Republiek Colombia
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
05-06-2018
BWB-id
BWBV0006743
Versie
2018-06-05_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl