wetzoeker

Artikel XII Algemeen Postverdrag

bij het Algemeen Postverdrag

1 In afwijking van artikel 21.2 behouden Egypte, de Filipijnen, Gabon, Griekenland, (de Islamitische Republiek) Iran, Kaapverdië, Kirgizstan, de Democratische Volksrepubliek Korea, Mongolië, Myanmar, Oekraïne, Oezbekistan, Saudi-Arabië, Sudan, (de Arabische Republiek) Syrië, Tsjaad, Turkmenistan, de Overzeese Gebiedsdelen van het Verenigd Koninkrijk en Zambia zich het recht voor om van hun cliënten een reclameringstoeslag te heffen voor briefpostzendingen.

2 In afwijking van artikel 21.2 behouden Argentinië, Azerbeidzjan, Belarus, Canada, Finland, Hongarije, Litouwen, Moldavië, Noorwegen, Oostenrijk, Roemenië en Slowakije zich het recht voor om een bijzondere toeslag te heffen wanneer na een naar aanleiding van een klacht ingesteld onderzoek blijkt dat deze klacht ongegrond was.

3 Afghanistan, (de Republiek) Congo, Egypte, Gabon, (de Islamitische Republiek) Iran, Kaapverdië, Kirgizië, Mongolië, Myanmar, Oekraïne, Oezbekistan, Saudi-Arabië, Sudan, Suriname, (de Arabische Republiek) Syrië, Turkmenistan en Zambia behouden zich het recht voor om van hun cliënten een reclameringstoeslag te heffen voor postpakketten.

4 In afwijking van artikel 21.2 behouden Brazilië, (de Republiek) Panama en de Verenigde Staten van Amerika, zich het recht voor om van hun klanten een reclameringstoeslag te heffen voor briefpostzendingen en postpakketten die worden afgegeven in de landen die een dergelijke heffing toepassen uit hoofde van de bepalingen onder 1 tot en met 3 van dit artikel.

Regeling
Algemeen Postverdrag
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0006699
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl