Artikel 33 Algemeen Postverdrag
QUOTA VOOR PAKKETPOST
1 Algemene bepalingen
1.1 In 2026 zijn pakketten die worden uitgewisseld tussen twee aangewezen aanbieders onderworpen aan territoriale bestellingsquota voor elk land en voor elk pakket, berekend door het in de Regeling vastgestelde basistarief per pakket en het basistarief per kilogram te combineren.
1.1.1 In 2026 bedraagt het mondiale minimumbasistarief 4,25 BTR voor een pakket van 5 kilogram. Het mondiale minimumbasistarief wordt berekend met de volgende formule: 2,85 BTR per pakket plus 0,28 BTR per kilogram. Elke aangewezen aanbieder zal ten minste dit mondiale minimumbasistarief innen.
1.1.2 De aangewezen aanbieders kunnen hun basistarieven per pakket en basistarieven per kilogram verhogen met maximaal 40%, op basis van de verleende diensten, overeenkomstig de bepalingen van de Regelingen.
1.1.3 De in de leden 1.1, 1.1.1 en 1.2 bedoelde quota komen ten laste van de aangewezen aanbieder van het land van herkomst, tenzij in de Regelingen wordt afgeweken van dit beginsel.
1.1.4 De territoriale bestellingsquota dienen voor het gehele grondgebied van elk land gelijk te zijn.
1.2 Met ingang van de tarieven die gelden vanaf het jaar 2027, overlegt elke aangewezen aanbieder zijn binnenlandse tarieven voor gelijkwaardige diensten aan het Internationaal Bureau om de maximumtarieven voor pakketten vast te stellen.
1.2.1 De landspecifieke maximumtarieven worden bepaald door middel van een lineaire regressie van 7 punten, wat overeenkomt met 100% van de prioritaire tarieven per stuk voor overeenkomstige binnenlandse dienstverleningen voor pakketpostzendingen van 250 gram, 500 gram, 1 kilogram, 2 kilogram, 5 kilogram, 10 kilogram en 20 kilogram met tracking, exclusief belastingen.
1.2.2 Het binnenlandse per stuk tarief voor postzendingen die vergelijkbaar zijn met pakketten, dat door de aangewezen aanbieder in zijn binnenlandse dienstverlening wordt toegepast is dat dat van kracht is op 1 mei van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor de vergoedingstarieven voor pakketten van toepassing zouden zijn en stemt overeen met de gespecificeerde maximale afmetingen en vorm van pakketpostzendingen.
1.2.3 Waar zonetarieven van toepassing zijn in de vergelijkbare binnenlandse dienstverlening, wordt het gemiddelde tarief zoals vermeld in de Regelingen gebruikt, en binnenlandse tarieven voor niet-aansluitende zones worden uitgesloten bij de bepaling van het gemiddelde tarief. Als alternatief kan de bepaling van het zonetarief worden gebaseerd op de huidige gewogen gemiddelde afstand van inkomende pakketten (voor het meest recente kalenderjaar).
1.2.4 Wanneer prioritaire tarieven per stuk in de binnenlandse dienstverlening uitsluitend worden vastgesteld op basis van hun omvang of afmetingen en niet op basis van hun gewicht, worden deze tarieven gebruikt om de waarden in lid 1.2.1 vast te stellen, overeenkomstig de in de Regelingen vastgestelde voorwaarden.
1.2.5 Een aangewezen aanbieder van een land in groep C kan ervoor kiezen om zijn binnenlandse tarieven niet mede te delen overeenkomstig de bepalingen van het vierde lid.
1.2.6 Voor aangewezen aanbieders die niet uiterlijk op 1 mei van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de tarieven van kracht worden, prioritaire tarieven per stuk voor overeenkomstige binnenlandse dienstverleningen in lid 1.2 mededelen, zijn de prioritaire tarieven per stuk gebruikt voor het voorgaande jaar voor de betrokken aangewezen aanbieder, van toepassing. Wanneer de aangewezen aanbieder het Internationaal Bureau niet in kennis heeft gesteld van de relevante prioritaire tarieven per stuk in een voorgaand jaar, zijn de in het vijfde lid vermelde minimumtarieven van toepassing.
1.2.6.1 Wanneer, op 1 mei van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de tarieven van kracht worden, de prioritaire tarieven per stuk zijn verlaagd in vergelijking met de kennisgeving van deze tarieven van een voorgaand jaar, dan wordt het Internationaal Bureau door de betrokken aangewezen aanbieder in kennis gesteld van elke verlaging van het in dit artikel bedoelde binnenlandse tarief.
1.3 Aangewezen aanbieders kunnen verder het Internationaal Bureau vóór 1 mei van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de vergoedingstarieven van toepassing zouden zijn, in kennis stellen van een zelf vastgesteld tarief per stuk en een zelf vastgesteld tarief per kilogram, uitgedrukt in lokale valuta of BTR, dat van toepassing is op pakketten in het volgende kalenderjaar. Het Internationaal Bureau rekent de zelf vastgestelde tarieven in lokale valuta jaarlijks om in waarden uitgedrukt in BTR. Voor de berekening van de in BTR uitgedrukte tarieven gebruikt het Internationaal Bureau de gemiddelde maandelijkse wisselkoers van het tijdvak van vijf maanden dat eindigt op de laatste dag van de maand februari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de zelf vastgestelde tarieven van toepassing zouden zijn. De resulterende tarieven worden uiterlijk op 1 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de zelf vastgestelde tarieven van toepassing zouden zijn, door middel van een circulaire van het Internationaal Bureau medegedeeld.
2 Bij een gemiddeld pakketgewicht van 4,652 kilogram mogen de zelf vastgestelde tarieven niet hoger zijn dan de jaarlijkse maximale limiet voor inkomsten die als volgt wordt vastgesteld:
2.1 2027: 25% van de inkomsten, berekend op basis van een gewicht van 4,652 kilogram volgens de maximumtarieven in lid 1.2, en 75% van de inkomsten berekend op basis van een gewicht van 4,652 kilogram volgens de in 2026 geldende territoriale bestellingsquota;
2.2 2028: 50% van de inkomsten, berekend op basis van een gewicht van 4,652 kilogram volgens de maximumtarieven in punt 1.2, en 50% van de inkomsten berekend op basis van een gewicht van 4,652 kilogram volgens de in 2026 geldende territoriale bestellingsquota;
2.3 2029: 75% van de inkomsten, berekend op basis van een gewicht van 4,652 kilogram volgens de maximumtarieven in lid 1.2, en 25% van de inkomsten berekend op basis van een gewicht van 4,652 kilogram volgens de in 2026 geldende territoriale bestellingsquota;
2.4 2030: 100% van de inkomsten, berekend op basis van een gewicht van 4,652 kilogram volgens de maximumtarieven in lid 1.2;
2.5 In leden 2.1 t/m 2.4 hierboven zijn de territoriale bestellingsquota de in punt 1.1 genoemde basistarieven per pakket en per kilogram voor het jaar 2026, verder verhoogd met 40% en verlaagd met 1.200 BTR per pakket. De verlaging van 1.200 BTR wordt niet toegepast op aangewezen aanbieders waarvan de krachtens lid 1.2.1 meegedeelde territoriale bestellingsquota inclusief ontvangstbewijs zijn.
3 Maximale jaarlijkse verhogingen of verlagingen
3.1 Indien de maximale jaarlijkse inkomsten in het tweede lid hoger zijn dan de inkomsten van het voorgaande jaar, verhoogd met 20%, dan gelden de inkomsten van het voorgaande jaar, verhoogd met 20%, als de maximale inkomsten in het tweede lid.
3.2 Indien de maximale jaarlijkse inkomsten in het tweede lid lager zijn dan de inkomsten van het voorgaande jaar, verlaagd met 10%, dan gelden de inkomsten van het voorgaande jaar, verlaagd met 10%, als de maximale inkomsten in het tweede lid.
3.3 Voor de tarieven die in 2027 van kracht zijn, geldt dat de inkomsten van het voorgaande jaar worden berekend op basis van een gewicht van 4,652 kilogram, uitgaande van de basistarieven per pakket en per kilogram zoals vermeld in lid 1.1 van het jaar 2026, verhoogd met 40% en verlaagd met 1.200 BTR per pakket.
3.3.1 De verlaging van 1.200 BTR in lid 3.3 wordt niet toegepast op aangewezen aanbieders waarvan de krachtens lid 1.2.1 meegedeelde territoriale bestellingsquota inclusief ontvangstbewijs zijn.
3.4 Voor de tarieven die in 2028 van kracht zijn, geldt dat de inkomsten van het voorgaande jaar worden berekend op basis van een gewicht van 4,652 kilogram, uitgaande van de zelf opgegeven tarieven per stuk en per kilogram.
4 Te beginnen met de tarieven die vanaf 2027 gelden, geldt dat, indien een bevoegde autoriteit die toezicht houdt op een aangewezen aanbieder die in groep C is ingedeeld bepaalt dat binnenlandse tarieven in lid 1.2.1 niet op basis van de kosten zijn vastgesteld, de aangewezen aanbieder de maximale inkomsten in de punten 2 en 3 hierboven mag vervangen door de basistarieven per pakket en per kilogram in lid 1.1 van het jaar 2026, verder verhoogd met 40% en vervolgens verlaagd met 1.200 BTR per pakket. Te beginnen met de tarieven die vanaf 2028 gelden, kan de aangewezen aanbieder die een beroep doet op de bepaling in het vierde lid, een jaarlijkse verhoging van 4,5% op deze tarieven toepassen.
4.1 De vaststelling door de bevoegde autoriteit in het vierde lid dient schriftelijk bij het Internationaal Bureau te worden ingediend uiterlijk op 1 mei van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de tarieven van kracht worden
4.2. De aangewezen aanbieder die een beroep doet op het vierde lid dient zelf een tarief per pakket en per kilogram vast te stellen in overeenstemming met alle overige bepalingen van dit artikel. De inkomsten, berekend op basis van een gewicht van 4,652 kilogram volgens de zelf vastgestelde tarieven mogen niet hoger zijn dan:
4.2.1 2027: 10.697 BTR;
4.2.2 2028: 11.177 BTR;
4.2.3 2029: 11.679 BTR;
4.2.4 2030: 12.204 BTR.
5 Indien de maximuminkomsten die berekend zijn in overeenstemming met leden 2, 3 en 4 resulteren in een opbrengst berekend voor een pakket van 4,652 kilogram die lager is dan de opbrengst die berekend is voor dezelfde zending met hetzelfde gewicht op basis van de hieronder vermelde wereldwijde minumumtarieven, dan zullen de zelf vastgestelde tarieven niet hoger zijn dan de volgende tarieven:
5.1 voor het jaar 2027: 4.560 BTR per zending en 0,448 BTR per kilogram;
5.2 voor het jaar 2028: 4.765 BTR per zending en 0,468 BTR per kilogram;
5.3 voor het jaar 2029: 4.979 BTR per zending en 0,489 BTR per kilogram;
5.4 voor het jaar 2030: 5.203 BTR per zending en 0,511 BTR per kilogram.
6 De bepaling of de zelf vastgestelde tarieven de maximuminkomsten in de leden 2, 3 en 4 overschrijden, wordt getoetst aan de inkomsten, waarbij gebruik wordt gemaakt van het gemiddelde pakketgewicht van 4,652 kilogram. In gevallen waarin de zelf vastgestelde tarieven de maximuminkomsten in de leden 2, 3 en 4 overschrijden, zijn de bepalingen in lid 7.1 van toepassing; de desbetreffende aangewezen aanbieder kan er ook voor kiezen om zijn zelf vastgestelde tarieven te verlagen naar een niveau dat overeenkomt met de bepalingen van dit artikel.
6.1 De zelf vastgestelde tarieven per pakket in het zesde lid mogen niet lager zijn dan de maximale prestatiegerelateerde beloning vastgelegd in de Regelingen. Dit bedrag zal worden afgetrokken van het zelf vastgestelde tarief per pakket dat door middel van een circulaire van het Internationaal Bureau is medegedeeld uiterlijk op 1 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de zelf vastgestelde tarieven van toepassing zouden zijn.
6.2 De aangewezen aanbieder kan het in lid 6.1 bedoelde bedrag geheel of gedeeltelijk terugkrijgen door diensten aan te bieden, overeenkomstig de bepalingen van de Regelingen.
7 Voor aangewezen aanbieders die ervoor hebben gekozen om hun tarieven voor pakketten zelf vast te stellen in een voorafgaand kalenderjaar en die geen andere zelf vastgestelde tarieven voor het volgende jaar mededelen, blijven de zelf vastgestelde tarieven van toepassing tenzij deze niet voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in dit artikel. De aangewezen aanbieder kan de in het vijfde lid vermelde minimumtarieven toepassen.
7.1 Voor aangewezen aanbieders die ervoor hebben gekozen om hun tarieven voor pakketten niet zelf vast te stellen in een voorafgaand kalenderjaar en die geen andere zelf vastgestelde tarieven voor het volgende jaar mededelen, worden de vergoedingstarieven gebaseerd op de maximuminkomsten in de leden 2 en 3 waarbij dezelfde verhouding tussen het tarief per stuk en het tarief per kilogram van het voorgaande jaar wordt toegepast of worden deze bepaald in overeenstemming met de bepalingen in het vierde lid , naargelang van toepassing.
8 Met ingang van de tarieven die gelden vanaf het jaar 2027, voor pakketten met ontvangstbewijs, wordt een aanvullende vergoeding 1.200 BTR per zending voorzien of de kosten die van toepassing zijn voor ontvangstbewijs in de binnenlandse dienstverlening. Deze vergoeding wordt niet betaald aan aangewezen aanbieders waarvan de krachtens lid 1.2.1 meegedeelde territoriale bestellingsquota inclusief ontvangstbewijs zijn.
8.1 Aangewezen aanbieders die de overeenkomstige kosten in de binnenlandse dienstverlening toepassen delen deze kosten exclusief belastingen die van kracht zijn op die datum uiterlijk op 1 mei van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de tarieven van kracht worden mee aan het Internationaal Bureau. Voor de berekening van de in BTR uitgedrukte tarieven gebruikt het Internationaal Bureau de gemiddelde maandelijkse wisselkoers van het tijdvak van vijf maanden dat eindigt op de laatste dag van de maand februari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de betaling van toepassing zou zijn. Het toepasselijke bedrag wordt gepubliceerd in BTR in dezelfde circulaire als vermeld in lid 1.3.
9 Indien de binnenlandse tarieven voor een pakket met een gewicht van 4,652 kilogram dat wordt bezorgd in niet-aangrenzende zones niet zijn meegenomen in de berekening van de maximumtarieven in lid 1.2, mag de aangewezen aanbieder van de plaats van bestemming op zijn zelf vastgestelde tarieven voor zendingen die in deze zones worden bezorgd, een aanvullend tarief toepassen dat overeenkomt met of lager is dan het verschil tussen deze waarden, overeenkomstig de in de Regelingen vastgestelde voorwaarden.
10 Elk van de aangewezen aanbieders waarvan de diensten deelnemen aan het maritiem vervoer van pakketten mag de maritieme quota vorderen. Deze quota komen ten laste van de aangewezen aanbieder van het land van herkomst, tenzij in de Regelingen wordt afgeweken van dit beginsel.
10.1 Voor elke ondernomen maritieme dienst wordt het maritieme quotum vastgesteld in de Regelingen, al naargelang de van toepassing zijnde afstandstrap.
10.2 De aangewezen aanbieders mogen het overeenkomstig lid 10.1 berekende maritieme quotum verhogen met maximaal 50%. Zij mogen het quotum naar eigen goeddunken verlagen.
- Regeling
- Algemeen Postverdrag
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBV0006699
- Versie
- 2026-01-01_0