wetzoeker

Artikel 23.4 Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds

HANDEL EN ARBEID

1 De partijen erkennen dat het niet gepast is handel of investeringen aan te moedigen door de beschermingsniveaus waarin hun arbeidswetgeving en -normen voorzien, af te zwakken of te verminderen.

2 De partijen zien niet af of wijken niet anderszins af, of bieden niet aan af te zien of anderszins af te wijken van toepassing van hun arbeidswetgeving en -normen op zodanige wijze dat dit als aanmoediging werkt voor de handel of de plaatsing, de verwerving, de uitbreiding of de handhaving van een investering op hun respectieve grondgebied.

3 De partijen doen niet zodanig afbreuk aan de daadwerkelijke handhaving van hun respectieve arbeidswetgeving en -normen door een onafgebroken of herhaald handelen of nalaten, dat dit als aanmoediging werkt voor de handel of investeringen.

Regeling
Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds
Afkortingen
CETA
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
30-10-2016
BWB-id
BWBV0006661
Versie
2016-10-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl