wetzoeker

Artikel 20.40 Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds

HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

1 Elke partij bepaalt dat:

a. haar rechterlijke instanties in civiele procedures de bevoegdheid hebben de inbreukmaker die wist of redelijkerwijs kon weten dat hij inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten maakte, te gelasten de houder van het recht:

i. adequate schadevergoeding te betalen ter compensatie van de schade die deze door de inbreuk heeft geleden; of

ii. de aan de inbreuk toe te schrijven winst te betalen, die kan worden geacht gelijk te zijn aan de schadevergoeding als bedoeld onder i); en

b. haar rechterlijke instanties bij de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding wegens inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten onder meer alle door de houder van het recht aangevoerde legitieme waardebepalingen, met inbegrip van gederfde winst, in aanmerking kunnen nemen.

2 Als alternatief voor het bepaalde in lid 1 kan in de wetgeving van een partij worden voorzien in de betaling van een vergoeding, zoals een royalty of een recht, om een houder van het recht te compenseren voor het ongeoorloofde gebruik van zijn intellectuele eigendom.

Regeling
Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds
Afkortingen
CETA
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
30-10-2016
BWB-id
BWBV0006661
Versie
2016-10-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl