wetzoeker

Artikel 13.14 Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds

FINANCIËLE DIENSTEN

1 Elke partij staat een financiële instelling uit de andere partij toe, op verzoek of met kennisgeving aan de bevoegde regelgevende instantie, indien vereist, nieuwe financiële diensten te verlenen waarvoor de betrokken partij volgens haar interne recht in vergelijkbare situaties toestemming aan haar eigen financiële instellingen zou geven.

2 Een partij kan de institutionele en rechtsvorm vaststellen waarin de nieuwe financiële dienst kan worden verleend en de verlening daarvan aan een vergunningsplicht onderwerpen. Indien een vergunning vereist is, wordt hierover binnen een redelijke termijn een besluit genomen en kan zij uitsluitend worden geweigerd om prudentiële redenen.

3 Dit artikel belet niet dat een financiële instelling uit een partij de andere partij verzoekt te overwegen de verlening van een financiële dienst die niet binnen het grondgebied van een van de partijen wordt verleend, toe te staan. Dit verzoek is onderworpen aan het recht van de partij die de aanvraag ontvangt, en niet aan de verplichtingen van dit artikel.

Regeling
Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds
Afkortingen
CETA
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
30-10-2016
BWB-id
BWBV0006661
Versie
2016-10-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl