wetzoeker

Artikel 43 Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds

REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

1 Het comité kan besluiten dat van dit protocol mag worden afgeweken wanneer de ontwikkeling van bestaande industrieën of de oprichting van nieuwe industrieën in de SADC-EPO-staten dit rechtvaardigt.

1.1. Voordat of wanneer de betrokken SADC-EPO-staat of -staten de aangelegenheid aan het comité voorlegt (voorleggen), stelt hij (stellen zij) de EU overeenkomstig lid 2 van het verzoek om een afwijking in kennis, onder vermelding van de redenen voor dit verzoek.

1.2. De EU willigt alle verzoeken van SADC-EPO-staten in die overeenkomstig dit artikel naar behoren gemotiveerd zijn, tenzij hierdoor ernstige schade kan ontstaan voor een gevestigde industrie in de EU.

2 Om het onderzoek van verzoeken om een afwijking door het comité te vergemakkelijken, verstrekken SADC-EPO-staten die een verzoek doen, ter staving van hun verzoek op het in bijlage VII opgenomen formulier zo volledig mogelijke gegevens over met name de volgende punten:

a. omschrijving van het eindproduct;

b. aard en hoeveelheid van de materialen die van oorsprong zijn uit een derde land;

c. aard en hoeveelheid van de materialen die van oorsprong zijn uit de SADC-EPO-staten of uit de in de artikelen 4 en 6 van dit protocol bedoelde landen en gebieden, dan wel van de materialen die daar een verwerking hebben ondergaan;

d. fabricageprocedés;

e. toegevoegde waarde;

f. aantal werknemers in de betrokken onderneming;

g. verwachte omvang van de uitvoer naar de EU;

h. andere bronnen waaruit grondstoffen kunnen worden betrokken;

i. verantwoording van de duur van de gevraagde afwijking, in het licht van de inspanningen om andere bronnen voor de grondstoffen te vinden;

j. andere opmerkingen.

Dezelfde regels zijn van toepassing op verzoeken om een verlenging. Het formulier kan door het comité worden gewijzigd.

3 Bij het onderzoek van verzoeken wordt in het bijzonder rekening gehouden met:

a. het ontwikkelingsniveau of de geografische ligging van de betrokken SADC-EPO-staat of -staten;

b. gevallen waarin de toepassing van de bestaande oorsprongsregels van aanzienlijke invloed zou zijn op het vermogen van een bestaande industrie in een SADC-EPO-staat om haar uitvoer naar de EU voort te zetten, met name wanneer dit kan leiden tot stopzetting van haar activiteiten;

c. bijzondere gevallen waarin duidelijk kan worden aangetoond dat toepassing van de oorsprongsregels kan leiden tot ontmoediging van belangrijke investeringen in een industrie en waarin, door het toestaan van een afwijking, een investeringsprogramma kan worden uitgevoerd dat het mogelijk zou maken op den duur aan deze regels te voldoen.

4 In alle gevallen wordt onderzocht of de regels inzake cumulatie van oorsprong een oplossing voor het probleem bieden.

5 Wanneer het verzoek om een afwijking een van de minst ontwikkelde SADC-EPO-staten betreft, wordt het in een geest van welwillendheid onderzocht, waarbij met name rekening wordt gehouden met:

a. de economische en sociale gevolgen van het te nemen besluit, met name voor de werkgelegenheid;

b. de noodzaak de afwijking gedurende een bepaalde periode toe te passen, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere situatie van de betrokken SADC-EPO-staat en de moeilijkheden waarmede deze te kampen heeft.

6 Elk verzoek wordt afzonderlijk onderzocht, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met de mogelijkheid de oorsprongsstatus te verlenen aan producten waarin materialen zijn verwerkt die van oorsprong zijn uit de minst ontwikkelde landen of uit ontwikkelingslanden waarmee een of meer SADC-EPO-staten bijzondere banden hebben, op voorwaarde dat met deze landen een bevredigende administratieve samenwerking tot stand kan worden gebracht.

7 Onverminderd de leden 1 tot en met 6 wordt de afwijking toegestaan wanneer de waarde die aan de in de betrokken SADC-EPO-staat gebruikte, niet van oorsprong zijnde producten wordt toegevoegd, ten minste 45% van de waarde van het eindproduct bedraagt, op voorwaarde dat door deze afwijking geen ernstige schade ontstaat voor een economische sector van de EU of van een of meer lidstaten.

8 Het comité ziet erop toe dat zo spoedig mogelijk, en in elk geval binnen vijfenzeventig (75) werkdagen na ontvangst van het verzoek door de EU-medevoorzitter van het comité, een besluit wordt genomen. Indien de EU de SADC-EPO-staten niet binnen deze termijn van haar standpunt inzake het verzoek in kennis stelt, wordt het verzoek geacht te zijn ingewilligd.

9

a. Afwijkingen gelden voor een door het comité vast te stellen periode, die in het algemeen vijf (5) jaar bedraagt.

b. Het besluit tot afwijking kan voorzien in verlengingen zonder dat het comité hiervoor een nieuw besluit behoeft te nemen, op voorwaarde dat door de betrokken SADC-EPO-staat of -staten drie (3) maanden vóór het einde van iedere periode wordt aangetoond dat nog niet kan worden voldaan aan de voorwaarden van dit protocol waarop de afwijking betrekking heeft. Indien tegen de verlenging bezwaar wordt gemaakt, stelt het comité zo spoedig mogelijk een onderzoek hiernaar in en besluit het of de afwijking kan worden verlengd. Het comité volgt hierbij de procedure van lid 8. Alles wordt in het werk gesteld om onderbrekingen in de toepassing van de afwijking te voorkomen.

c. Tijdens de onder a) en b) bedoelde periodes kan het comité de voorwaarden voor de toepassing van de afwijking opnieuw onderzoeken indien zich een belangrijke wijziging blijkt te hebben voorgedaan in de essentiële feiten die ertoe hebben geleid de afwijking goed te keuren. Naar aanleiding van dit nieuwe onderzoek kan het comité zijn besluit wijzigen wat het toepassingsgebied van de afwijking of een andere eerder vastgestelde voorwaarde betreft.

10 Niettegenstaande de leden 1 tot en met 9 wordt vanaf de datum waarop de overeenkomst uit hoofde van artikel 113 van deze overeenkomst in werking treedt tussen Namibië en de EU aan Namibië automatisch een afwijking betreffende bereidingen en conserven van witte tonijn (Thunnus alalunga) van GS-post 1604, vervaardigd uit niet van oorsprong zijnde witte tonijn van de GS-posten 0302 of 0303, toegestaan binnen een contingent van 800 ton per jaar.

11 Niettegenstaande de leden 1 tot en met 9 wordt aan Mozambique automatisch een afwijking van artikel 7, lid 2, onder c), van dit protocol toegestaan. Deze afwijking is voor een periode van vijf (5) jaar vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst van toepassing op garnalen en zeekreeften van de GS-posten 0306 en 1605, gevangen in de exclusieve economische zone van Mozambique en aangeland en verwerkt in Mozambique.

Regeling
Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
10-06-2016
BWB-id
BWBV0006613
Versie
2016-06-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl