wetzoeker

Artikel 22 Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds

HANDEL IN GOEDEREN

1 Geen van de bepalingen van deze overeenkomst doet afbreuk aan of vormt een beletsel voor de rechten en plichten van elke partij in het kader van artikel VI van de GATT 1994, de WTO-overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen (hierna „SCM-overeenkomst” genoemd).

2 Voordat definitieve maatregelen worden vastgesteld, zorgen de partijen ervoor dat de belangrijkste feiten die aan de beslissing tot toepassing van maatregelen ten grondslag liggen, worden meegedeeld, onverminderd artikel 6, lid 5, van de WTO-overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 en artikel 12, lid 4, van de SCM-overeenkomst. Er moet belanghebbenden voldoende tijd worden gelaten om hun opmerkingen in te dienen.

3 Elke belanghebbende krijgt, mits zulks het onderzoek niet onnodig vertraagt, de gelegenheid te worden gehoord opdat hij gedurende een onderzoek naar antidumping- of compenserende maatregelen zijn standpunt kenbaar kan maken.

4 Dit artikel is niet onderworpen aan de geschillenbeslechtingsbepalingen van deze overeenkomst.

Regeling
Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2020
BWB-id
BWBV0006601
Versie
2020-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl