wetzoeker

Artikel 1 Verdrag betreffende het zegelrecht ten aanzien van cheques

De Hooge Verdragsluitende Partijen verbinden zich, in geval haar wetgevingen niet reeds daartoe strekken, haar wetten in alle gebieden, die onder haar souvereiniteit of gezag zijn geplaatst en waarop dit Verdrag van toepassing is, zoodanig te wijzigen, dat de geldigheid der ten aanzien van chèques aangegane verbintenissen en de uitoefening der daaruit voortvloeiende rechten niet afhankelijk zal worden gesteld, van de inachtneming der bepalingen nopens het zegel.

Zij kunnen echter de uitoefening van die rechten schorsen, totdat de verschuldigde zegelrechten alsmede de verbeurde boeten zullen zijn betaald. Eveneens kunnen zij bepalen, dat de hoedanigheid en de kracht van onmiddellijk-uitvoerbaren-titel, welke overeenkomstig haar wetgevingen aan de chèque mochten zijn toegekend, afhankelijk zullen zijn van de voorwaarde, dat het zegelrecht, overeenkomstig de bepalingen harer wetten, aanstonds bij de uitgifte van het stuk behoorlijk gekweten is.

Regeling
Verdrag betreffende het zegelrecht ten aanzien van cheques
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-1934
BWB-id
BWBV0006582
Versie
1934-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl