wetzoeker

Artikel IV Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Chinese Republiek nopens opheffing van exterritoriale rechten in China en regeling van aanverwante zaken

De Nederlandsche Regeering is van oordeel, dat de Internationale Nederzettingen in Shanghai en Amoy weder onder het bestuur en toezicht van de Regeering van de Chineesche Republiek gebracht dienen te worden en stemt ermede in, dat de rechten aan de Nederlandsche Regeering verleend met betrekking tot die Nederzettingen zullen ophouden te bestaan.

De Nederlandsche Regeering zal met de Regeering van de Chineesche Republiek samenwerken om tot het sluiten van noodzakelijke overeenkomsten te geraken met andere betrokken Regeeringen voor zooveel betreft de overdracht aan de Regeering van de Chineesche Republiek van het bestuur van en toezicht op de Internationale Nederzettingen in Shanghai en Amoy, met inbegrip van de officieele rechten en verplichtingen van de Diplomatieke Wijk, met dien verstande, dat de Regeering van de Chineesche Republiek bij het overnemen van het bestuur van en het toezicht op die Nederzettingen voorzieningen zal treffen voor de aanvaarding en nakoming van de officieele verplichtingen en lasten van die Nederzettingen en voor de erkenning en bescherming van alle wettelijke rechten aldaar.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Chinese Republiek nopens opheffing van exterritoriale rechten in China en regeling van aanverwante zaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
05-12-1945
BWB-id
BWBV0006522
Versie
1945-12-05_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl