wetzoeker

Artikel 41 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de zetel van het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen

: BEVEILIGING, OPERATIONELE BIJSTAND

1 Het gastland oefent geen rechtsmacht uit en neemt geen verzoek om uitlevering in behandeling van een andere staat met betrekking tot personen die voor het Mechanisme verschijnen en door het Mechanisme vervolgd worden, ten aanzien van handelen, nalaten te handelen of veroordelingen voorafgaand aan hun binnenkomst op het grondgebied van het gastland, zoals vervat in het Reglement van proces- en bewijsvoering.

2 Aan de in dit artikel voorziene immuniteit komt een einde wanneer de persoon die is vrijgesproken, in vrijheid is gesteld of wiens aanwezigheid anderszins niet langer door het Mechanisme wordt verlangd en die vanaf die datum gedurende vijftien (15) achtereenvolgende dagen de gelegenheid heeft gehad te vertrekken, niettemin is gebleven op het grondgebied van het gastland of, na te zijn vertrokken, weer is teruggekeerd.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de zetel van het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-09-2016
BWB-id
BWBV0006484
Versie
2016-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl