wetzoeker

Artikel 39 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de zetel van het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen

: BEVEILIGING, OPERATIONELE BIJSTAND

1 Wanneer een persoon door het Mechanisme in vrijheid wordt gesteld omdat de persoon tijdens het proces of in beroep, of om een andere reden is vrijgesproken, treft het Mechanisme zo spoedig mogelijk voorzieningen die het passend acht voor de overbrenging van de persoon, rekening houdend met de opvattingen van de persoon, naar een staat die verplicht is hem of haar te ontvangen, een andere staat die ermee instemt hem of haar te ontvangen, of een staat die om zijn of haar uitlevering heeft verzocht met instemming van de staat die hem of haar oorspronkelijk had overgeleverd.

2 De bepalingen van artikel 36 van dit Verdrag zijn van overeenkomstige toepassing op het vervoer van de in dit artikel bedoelde personen binnen het gastland.

3 Een in dit artikel bedoelde persoon verblijft niet op het grondgebied van het gastland tenzij laatstgenoemde staat hiervoor toestemming geeft.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de zetel van het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-09-2016
BWB-id
BWBV0006484
Versie
2016-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl