wetzoeker

Art. 9 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Ottomaanse Rijk inzake de toelating van Turkse Consuls in de voornaamste havens der Nederlandse koloniën

Wanneer een Ottomanisch schip op de kusten van een der Nederlandsche kolonien komt te stranden, neemt, bij afwezigheid of met toestemming van den kapitein, de consul-generaal, consul, vice-consul of consulaire agent, aanwezig ter plaatse van den schipbreuk of van de berging, al de noodige maatregelen tot redding van schip, lading en alles wat daartoe behoort.

Bij afwezendheid van den consul-generaal, consul, vice-consul of consulairen agent, neemt de Nederlandsche overheid der plaats, waar het schip is gestrand, de maatregelen, bij de wetten der kolonie voorgeschreven.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Ottomaanse Rijk inzake de toelating van Turkse Consuls in de voornaamste havens der Nederlandse koloniën
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
07-08-1857
BWB-id
BWBV0006434
Versie
1857-08-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl