wetzoeker

Artikel 256 Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds

NALEVING

1 De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, voor afloop van de redelijke termijn in kennis van de maatregelen die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven.

2 Wanneer er tussen de partijen onenigheid bestaat over het bestaan van een op grond van lid 1 getroffen nalevingsmaatregel of over de verenigbaarheid van die maatregel met de in artikel 245 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen, kan de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. In dat verzoek geeft de klagende partij aan om welke specifieke maatregel het gaat en legt zij uit waarom deze maatregel onverenigbaar is met de in artikel 245 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen, op zodanige wijze dat de rechtsgrond van de klacht duidelijk is. Binnen vijfenveertig dagen na de indiening van het verzoek stelt het oorspronkelijke arbitragepanel de partijen en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken van zijn uitspraak in kennis.

Regeling
Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-2016
BWB-id
BWBV0006427
Versie
2016-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl