wetzoeker

Additionele Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België houdende uitbreiding tot de Nederlandse koloniën van het uitleveringsverdrag van 31 mei 1889

Soort
Verdrag
Geldend vanaf
05-06-1895
Rechtsgebied
Internationaal strafrecht, Strafrecht
Ministerie
Buitenlandse Zaken
BWB-id
BWBV0006413
Versie
1895-06-05_0
SHA-256 bron
5580dbf14df73684effa0d81f5c61adda5725c731cf908af485e96b368875b73

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Article 1
  2. Article 2
  3. Artikel 1
  4. Artikel 2

Article 1

Les stipulations de la convention pour l'extradition des malfaiteurs conclue à Bruxelles le 31 mai 1889, seront applicables aux colonies et possessions étrangères des Pays Bas, mais, étant basées sur la législation de la mère patrie, ces dispositions ne seront observées que pour autant qu'elles seront compatibles avec les lois en vigueur dans ces colonies et possessions.

Par dérogation à l'article 10 de la convention précitée, le délai pour la mise en liberté sera de trois mois.

Article 2

La présente convention additionnelle entrera en vigueur trois mois aprés l'échange des ratifications.

Elle continuera à sortir ses effets jusqu'à six mois après déclaration contraire de la part de l'un des deux Gouvernements. Néanmoins elle sera censée dénoncée par le seul fait de la dénonciation de la convention du 31 mai 1889.

Elle sera ratifiée et les ratifications en seront échangées dans le délai d'un mois ou plus tôt si faire se peut.

Artikel 1

De bepalingen van het verdrag, betreffende de uitlevering van misdadigers den 31sten Mei 1889 te Brussel gesloten, zullen van toepassing zijn op de koloniën en vreemde bezittingen der Nederlanden, doch, gegrondvest zijnde op de wetgeving van het moederland, zullen deze bepalingen slechts worden nageleefd voor zooverre zij bestaanbaar zijn met de wetten in die koloniën en bezittingen van kracht.

In afwijking van artikel 10 der bovenvermelde overeenkomst, zal de termijn voor de invrijheidstelling drie maanden bedragen.

Artikel 2

De tegenwoordige additioneele overeenkomst zal in werking treden drie maanden na de uitwisseling der akten van bekrachtiging.

Zij zal van kracht blijven tot zes maanden na verklaring in tegenovergestelden zin door eene der beide Regeeringen gedaan. Desniettegenstaande zal zij geacht worden te zijn opgezegd door het feit der opzegging van de overeenkomst van 31 Mei 1889.

Zij zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging ervan zullen worden uitgewisseld, binnen den termijn van eene maand of, zoo mogelijk, vroeger.