wetzoeker

Nr. I Notawisseling tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Estland inzake een uitbreiding tot Aruba, Curaçao en Sint Maarten van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Estland inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving

AMBASSADE VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

Tallinn, 8 november 2013

Note Verbale nr. 2013/34

De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden biedt het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Estland haar complimenten aan en heeft de eer te verwijzen naar het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Estland inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving, ondertekend te Den Haag op 11 oktober 1995 (hierna te noemen „het Verdrag van 1995”).

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden stelt voor dat, in overeenstemming met artikel 19, tweede en derde lid, van het Verdrag van 1995, de toepassing van het Verdrag van 1995 wordt uitgebreid tot Aruba, Curaçao en Sint Maarten, met inachtneming van het volgende:

1. Voor het Koninkrijk der Nederlanden wordt, wat Aruba, Curaçao en Sint Maarten betreft, onder de uitdrukking „douane-administratie” in artikel 1, eerste lid, van het Verdrag van 1995 verstaan de respectieve centrale administraties die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de douanewetgeving.

2. Artikel 2, vierde lid, van het Verdrag van 1995 is uitsluitend van toepassing op Aruba, Curaçao en Sint Maarten, naargelang van het geval, voor zover de daarin bedoelde overeenkomsten van toepassing zijn op deze respectieve delen van het Koninkrijk der Nederlanden.

3. De vereisten van de nationale wetgeving in de zin van de artikelen 13 en 14 van het Verdrag van 1995 vallen wat Aruba, Curaçao en Sint Maarten betreft, onder het bereik van de toepasselijke wetgeving van respectievelijk Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

Indien het voorgaande aanvaardbaar is voor de Regering van de Republiek Estland, heeft de Ambassade voorts de eer voor te stellen dat deze nota en het antwoord van het Ministerie een verdrag zullen vormen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Estland dat in werking zal treden op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van ontvangst van de laatste kennisgeving waarin één van de partijen aan de andere partij mededeelt dat aan de benodigde formaliteiten voor de inwerkingtreding van het verdrag is voldaan.

De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden maakt van deze gelegenheid gebruik om het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Estland opnieuw te verzekeren van haar zeer bijzondere hoogachting.

Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Estland

Tallinn

Regeling
Notawisseling tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Estland inzake een uitbreiding tot Aruba, Curaçao en Sint Maarten van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Estland inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-2015
BWB-id
BWBV0006399
Versie
2015-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl