wetzoeker

Artikel 36 Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op wisselbrieven en orderbriefjes

Van den vervaldag.

De wisselbrief, getrokken op een of meer maanden na dagteekening of na zicht, vervalt op den overeenkomstigen dag van de maand, waarin de betaling moet worden gedaan. Bij gebreke van een overeenkomstigen dag vervalt een zoodanige wisselbrief op den laatsten dag van die maand.

Bij eenen wisselbrief, getrokken op een of meer maanden en een halve maand na dagteekening of na zicht, worden eerst de geheele maanden gerekend.

Is de vervaldag bepaald op het begin, het midden (half Januari, half Februari enz.) of op het einde van eene maand, dan wordt onder die uitdrukkingen verstaan: de eerste, de vijftiende, de laatste van die maand.

Onder de uitdrukkingen: „acht dagen”, „vijftien dagen”, moet worden verstaan niet ééne of twee weken, maar een termijn van acht of van vijftien dagen.

De uitdrukking „halve maand” duidt eenen termijn van vijftien dagen aan.

Regeling
Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op wisselbrieven en orderbriefjes
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-1934
BWB-id
BWBV0006391
Versie
1934-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl