wetzoeker

Artikel 21 Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op wisselbrieven en orderbriefjes

Ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen behoudt zich de bevoegdheid voor hare verplichting, vermeld in artikel I van het Verdrag, te beperken tot de bepalingen ten aanzien van den wisselbrief, en op haar grondgebied de bepalingen ten aanzien van het orderbriefje voorkomende in den Tweeden Titel van de eenvormige wet, niet in te voeren. Alsdan zal de Hooge Verdragsluitende Partij, die gebruik heeft gemaakt van dit voorbehoud, slechts als verdragpartij worden beschouwd ten aanzien van den wisselbrief.

Ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen behoudt zich eveneens de bevoegdheid voor om van de bepalingen betreffende het orderbriefje een afzonderlijke regeling te maken, welke geheel gelijk zal zijn aan de bepalingen van den Tweeden Titel van de eenvormige wet, en die de voorschriften betreffende den wisselbrief, waarnaar in dien Tweeden Titel verwezen wordt, in hun geheel zal weergeven, behoudens de wijzigingen, welke voortvloeien uit de artikelen 75, 76, 77 en 78 der eenvormige wet, en de artikelen 19 en 20 van deze Bijlage.

Regeling
Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op wisselbrieven en orderbriefjes
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-1934
BWB-id
BWBV0006391
Versie
1934-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl