wetzoeker

Artikel 17 Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op wisselbrieven en orderbriefjes

Het blijft aan de wetgeving van ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen voorbehouden, de gronden te bepalen van stuiting en schorsing van de verjaring, der uit eenen wisselbrief voortvloeiende rechtsvorderingen, waarvan hare rechtbanken moeten kennisnemen.

De andere Hooge Verdragsluitende Partijen hebben de bevoegdheid de voorwaarden te bepalen, waaronder zij zoodanige gronden zullen erkennen.

Hetzelfde geldt ten aanzien van het gevolg eener rechtsvordering als middel om den verjaringstermijn, voorzien bij artikel 70, lid 3, van de eenvormige wet, te doen loopen.

Regeling
Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op wisselbrieven en orderbriefjes
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-1934
BWB-id
BWBV0006391
Versie
1934-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl